Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
doet zich in de verte hooren. Doch straks neigt de zon ter
kimme, dadelijk daarop zal het geheel duister zijn. Dan vangt
het geheimzinnig concert der woestijnbewoners aan.
Vraagt ge, wie aan het bosch wel de meeste levendigheid
bijzet, dan gelooven we de eereplaats te moeten toekennen aan
de apen, die in de hooge toppen der boomen elkander met hun
vroolijke kluchten en zonderlinge capriolen vermaken. Het meest
treffen wij een kleine grijze soort van meerkatten aan, die bij
gansche troepen tusschen de stammen der boomen met lucht-
wortels haar gymnastiek-oefenirigen houden, maar zich niet ver
van de zeekust verwijderen, daar het strand haar meest ge-
liefdkoosd voedsel, weekdieren en krabben, oplevert. De luid-
ruchtigste muzikanten zijn de gibbons, die, met hun lange ar-
men zwaaiende, den omtrek van hun alles behalve aangenaam
geschreeuw doen weergalmen. Verder merken wij nog de spook-
dieren op, een soort van halfapen, die des nachts op de insec-
tenjacht gaan, doch zeer traag zijn in hun bewegingen. De in-
landers koesteren voor dit dier een bijgeloovige vrees, die zij
echter wel mogen laten varen, want het spookdier is geheel
onschadelijk, hoewel zijn naam wel eenigszins met zijn uiterlijk
in overeenstemming is.
Als de toenemende duisternis ons niet belette de overige
gasten in de toppen der boomen te onderscheiden, zouden wij
nog een groot aantal eekhorens ontdekken, even groot als de
ons bekende soort en niet minder vlug en levendig. Nu en
dan suizen ons ook troepen vledermuizen voorbij, waarvan de
Oost-Indische eilanden verscheidene soorten rijk zijn. De merk-
waardigste onder die allen is de kalong of vliegende hond; zijn
vleugels hebben, uitgespreid zijnde, een breedte van anderhalven
meter, en hij is zeer gevreesd wegens de verwoestingen, die de
talrijke troepen dezer dieren des nachts in de tuinen aanrichten.
Bij dag zou men hen voor een soort van boomvruchten aan-
zien , want dan hangen zij gewoonlijk, in hun vlieghuid gewik-
keld en met den kop naar beneden, aan de takken te slapen,
welke houding hun zeker het gemakkelijkst valt.
Ook omlaag is er vrij wat beweging gekomen. Gansche troe-
pen muizen hebben hun zwerftochten aangevangen, en, als 't ons
een beetje tegenloopt, kunnen wij ook een ontmoeting hebben