Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
pleinen in de steden kan men hem bewonderen. Daar verza-
melen zich dan onder zijn breede kroon de dorpelingen, om de
avondkoelte te genieten; zelfs dragen zij hem een soort van
vereering toe, zoo groot, dat niemand het zal wagen hem te
beschadigen. Ook zijn de meeste dier boomen omringd van ver-
schillende voorwerpen, door de inlanders als offers aangeboden.
Hier in het bosch kan hij zich, uit gebrek aan ruimte, zoo
niet uitbreiden, als wanneer hij alleen staat; is dit laatste het
geval, dan krijgt hij een ontzaglijken omvang. Men waant,
hem van verre bespeurende, een groep boomen te zien; nabij
gekomen, bemerkt men, dat de takken wortels naar beneden
uitzenden, die als het ware nieuwe stammen vormen, maar toch
met den moederstam verbonden blijven. Soms gebeurt het, dat
hij zijn wortels in een rotsblok dringt, met zulk een kracht,
dat de steen tot puin, eindelijk tot stof wordt vergruisd.
Verder trekken nog andere boomsoorten onze aandacht, te
veel om ze op te noemen; onder anderen de ebbenboom, welks
glanzend zwart hout zeer bekend is. Ginds treffen wij ook
boomen aan, die óf oude bekenden in ons geheugen terugroe-
pen , zooals eiken en kastanjes, óf andere, die in de zuidelijke
landen van ons werelddeel voorkomen, zooals laurieren.
De Javaansche eiken gelijken slechts weinig op de onze, daar
hun bladeren een gaven rand hebben, en niet, gelijk die van het
Noorden, gelobd zijn.
Onder de tallooze slingerplanten, die de tusschenruimten der
boomen vullen, en het woud alzoo tot een ondoordringbare
massa maken, moeten wij vooral letten op de rotan, een gewas,
dat tot de palmen behoort en een lengte van wel 150 meters
kan bereiken, 't Is betrekkelijk zeer dun, en als er de blad-
vezels zijn afgestroopt, blijft er een harde stengel over, die, ge-
droogd zijnde, geel van kleur is, en onder den naam van rot-
ting in den handel voorkomt. De dunste soorten heeten bind-
rotting om het gebruik, dat er van gemaakt wordt.
't Is zeer stil in het bosch. Zoolang de zon hoog aan den
hemel staat, doet geen enkel geluid de aanwezigheid van le-
vende wezens bespeuren; alleen het geklater van vele beekjes