Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
naamste voedsel van de Javanen en ook een handelsartikel van
belang is, willen wij ons daar het eerst mede bezighouden.
19. De Rijstcultuur.
We zijn alweer vroeg in de kousen. Pas is de zon op, en
wij stappen welgemoed voort. Op die manier kunnen wij best
een uurtje wandelen, eer het zoo warm wordt, dat de tocht te
vermoeiend zou zijn.
We gaan het Zuiden in. Onze weg voert ons langs liefelijke
landhuizen door Europeanen bewoond, afgewisseld door groepen
vruchtboomen, waaronder de hutten der Javanen zich bijna aan
onzen blik onttrekken. Na een poos gewandeld te hebben,
gaan wij voor een dier huisjes, onder de schaduw van een ta-
marindeboom wat uitrusten; de vriendelijke bewoner komt bui-
ten en biedt ons vruchten aan, die wij met smaak nuttigen.
Weldra komen wij aan een vlakte, in veldjes afgedeeld, waar-
over een goudgele tint ligt verspreid, en waarop hier en daar
de inboorlingen aan het werk zijn. Dat zijn de rijstvelden.
Het gewas is thans rijp, en de inzameling begonnen.
Zoo oppervlakkig beschouwd, heeft een rijstveld wel iets van
een tarwe-akker bij ons. Maar de oogst geschiedt heel anders.
Er wordt geen sikkel gebruikt, en de halmen worden niet bij
den grond afgesneden en tot schoven gebonden. De Javaan,
of meestal de Javaansche vrouw, snijdt de aren één voor één
kort bij den top af, met een klein scherp werktuig: vrij treuze-
lig , niet waar ? Inderdaad, het kon wel wat gauwer; maar de
inlander heeft, moet gij weten, voor de rijst, zijn voornaamste
voedster, zekeren godsdienstigen eerbied; hij mag er volstrekt
niet ruw mede omgaan, en slechts één aartje te gelijk afsnij-
den. Op die wijze gaat wel veel tijd, maar denkelijk weinig
rijst verloren.
De rijst is eigenlijk een moerasplant, en heeft dus zeer veel
vochtigheid noodig. Daarom moeten de rijstvelden tot aan den
bloeitijd onder water staan. Zulke velden worden sawah's ge-