Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
dit gedeelte der Java-zee levendigheid bijzetten. De meeste
kleinere plaatsen aan de kust tusschen Samarang en Soerabaja
bestaan grootendeels van de vischvangst. Zelfs des nachts wordt
deze uitgeoefend; dan hebben de inlanders brandende bamboes-
fakkels aan boord, en de visschen, die op het lichtschijnsel
afkomen en de vaartuigen volgen, worden plotseling door net-
ten omsingeld.
Aanvankelijk richten wij den koers naar het Noorden, totdat
wij de Noordpunt van de residentie Djapara zijn omgevaren.
Een trotsche vulkaan verheft zich daar; duidelijk zien wij de
diepe kloven, waarmede zijn oppervlakte is doorgroefd. De
kapitein verhaalt ons, dat op hoogere bergen die kloven slechts
voortloopen tot een hoogte van omstreeks tienduizend voet; de
top is dan vlak. Dit verschijnsel ontstaat daardoor, dat de
wolken niet hooger stijgen; tegen de wanden der bergen ont-
lasten zij haar watermassa's, die in den berg zulke diepe in-
snijdingen maken. Bij een aantal bergen op Java kan men dit
waarnemen; niet bij dezen, omdat hij slechts 6900 voet hoog is.
Nu gaat de tocht verder in oostelijke richting; wij blijven
tamelijk ver van de kust verwijderd, dewijl de zee in de nabij-
heid van het land zeer ondiep is. Maar weldra naderen wij
meer de kust, wij bevinden ons aan den ingang van de straat
van Madoera. Die binnengevaren zijnde, zijn wij het einde van
de reis zeer nabij. Even vóór wij de reede van Soerabaja
bereikt hebben, zien wij Grissee (Gresik) liggen; vroeger een
plaats van beteekenis, heeft het later veel van zijn belangrijk-
heid verloren, en bestaat hoofdzakelijk door de visscherij. In
de geschiedenis is Grissee bekend, omdat aldaar een begin ge-
maakt is met de bekeering tot het Mohammedaansch geloof en
tegelijk met de onderwerping van de bevolking van het ooste-
lijk deel des eilands. Dat gansche gedeelte van Java vormde
toen een machtig Hindoe-rijk, Madjapahit geheeten; het bezweek
voor de aanvallen der Maleische en Arabische veroveraars, en
zijn laatste verdedigers namen de wijk naar het naburig eiland Bali.
De reede van Soerabaja wordt druk bezocht, drukker dan
eenige andere zeeplaats van Java. Dat komt, omdat de schepen
daar te alle tijden een veilige ankerplaats hebben, waar zij
door het eiland Madoera beschut liggen voor alle winden. De