Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
gieten. Mocht ik mij hier of daar hebben vergist, dan doe ik
een nederig beroep op het welwillend oordeel der Critiek. Van
alle aanmerkingen, die mij, hetzij per brief, hetzij door middel
van dagbladen of tijdschriften zullen geworden, hoop ik, wanneer
de gelegenheid zulks toelaat, een dankbaar gebridk te maken.
Heer en Schrijvers of Uitgevers van genoemde soort van geschriften
ztdlen mij zeer verplichten, door mij daaromtrent op de hoogte
te houden.
Wat den toon van mijn werkje aangaat, ik heb mij beijverd
de 'zaken zóó voor te stellen, dat de leerlingen van de hoogste
klassen der lagere school, zij die, bijvoorbeeld, jansen's en
leopold's werken Voor meergevorderden lezen, ze gemakkelijk
begrijpen kunnen, 't Was mijn streven, om het boekje niet alleen
belangrijk te maken door den inhoud, maar ook aantrekkelijk
door den vorm. In hoeverre ik in het voldoen aan deze hooge
eischen ben te kort gekomen . . .ja, dezen volzin durf ik waarlijk
niet voltooien. Ben ik hier of daar tegen mijn zvil wat duister
geweest, ivelnu, dan zal de onderwijzer wel een handje willen
helpen. Het behoeft niet gezegd te worden, dat een kaart van
Neerlandsch-Indië hierbij onmisbaar is.
Mocht ik dan later, bij een herdruk, het genoegen kunnen
smaken, eenige leemte aan te vullen, eenige vergissing te her-
stellen , eenige scheeve beschouwing te redresseeren en alzoo mijn
boekje in bruikbaarheid te doen toenemen, dan zou ik natuurlijk
„dankbaar en voldaan" zijn.
Met nog een stukje van ongeveer denzelfden omvang, waarin
de „Buitenbezittingen" zullen behandeld worden, en dat ik spoedig
hoop te doen volgen, zal dit werkje voltooid zijn.
Ik beveel het mijn ambtgenooten ten vriendelijkste aan.
Een aangename plicht rest mij nog: het is, bij deze mijn har-
telijkcn dank te betuigen aan den Weledelen Hooggeleerden Heer
Prof. Dr. P. J. VeïH, die de goedheid heeft gehad, dit boekje