Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
hok, een fiere koningstijger, pas sinds eenige dagen gevangen
en daar opgesloten. Tot welk doel? Wil de sultan hem mis-
schien als een geschenk voor de diergaarde van Amsterdam of
Rotterdam naar Nederland zenden? Waarschijnlijk niet: denke-
lijk is hij bestemd om op een feestdag tegen een buffel te
vechten, want van dat wreedaardig vermaak zijn de Javanen
groote liefhebbers.
Wij steken nu het voorplein over, om door te dringen tot
het binnenste des kratons; wij gaan tusschen twee groote ge-
bouwen door, die bestemd zijn voor de vergaderingen van den
landraad. Bij een paar wachthuisjes, insgelijks aan het eind
van het voorplein, maken we kennis met de bezetting, de in-
landsche militairen, die de wacht van den sultan uitmaken. O,
wat wonderlijke soldaten, wat zijn ze vreemdsoortig opgedirkt
en gewapend ! Dat ze blootsvoets gaan, wisten we reeds , doch
de meesten hebben ook het bovenlijf naakt en dragen geen
ander kleedingstuk dan den sarong, een lang stuk bontgekleurd
doek, om het middel vastgemaakt en alzoo eenigszins gelijkende
op een vrouwenrok. De mutsen, die zij op het hoofd hebben,
zijn even onderscheiden van kleur als van vorm; blijkbaar wordt
dit punt geheel aan hun eigen smaak overgelaten. Hun wapens
bestaan uit pieken of geweren van een model, dat minstens
honderd jaar oud is; aan sommige der laatsten ontbreekt niets
anders dan het slot. De soldaten, die op dit oogenblik geen
dienst doen, bevinden zich in hun woningen, in het zuidelijk
deel des kratons; als we daar straks komen, zullen we nog
heel andere potsierlijke figuren zien: sommigen hebben niets aan
dan een broek, anderen een rok, geel, zwart of blauw, naar
het valt; de lijst der hoofddeksels wordt daar vermeerderd met
een zeker aantal steken en mutsen. De bestgewapenden heb-
ben een schild en een kris, een langen dolk met slangvormig
lemmet. De kris is het meest algemeene wapen der Indische
bevolking; zij is doorgaans kunstig gemaakt en gaat als een
kostbaar erfstuk van den vader op den zoon over. Ieder ge-
goed Javaan heeft er een in bezit, die volstrekt noodig is , om
zijn kostuum te voltooien, als hij zich netjes wil kleeden.
De lijfwacht des sultans is een paar honderd man sterk.
Behalve deze staat er altijd een Europeesch soldaat op post,
S*