Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
lijken op die, welke wij reeds in andere steden zagen, doch wij
gaan eens kijken binnen den kraton van den sultan. We zul-
len ons maar voorstellen, dat wij vrij overal in mogen loopen,
dat niemand ons den doortocht zal beletten.
Wie zich zoo'n kraton voorstelt als een sierlijk paleis, gelijk
de vorsten van Europa bewonen, vergist zich. Een kraton is
een gansche verzameling van gebouwen, groot en klein, der-
halve een soort van stad in de stad zelve; het geheel is om-
geven door een zwaren muur, en heeft hier een omtrek van
meer dan een uur gaans. Die muur is 14 voet hoog en vrij
dik; aan de buitenzijde loopt er nog een gracht om heen, en
aan den binnenkant bevindt zich een aarden wal. Op de hoe-
ken staan torens, waarin schildwachten worden geplaatst, en
de wal prijkt hier en daar met stukken geschut. Voor die
kanonnen behoeven wij echter niet bang te zijn: vooreerst zijn
ze allesbehalve nieuw, en ten tweede zal geen mensch er mede
schieten, want ze zijn vernageld.
Niet ver van den ingang des kratons staat de woning van
den resident, die bij den sultan het Nederlandsch gouverne-
ment vertegenwoordigt, en het fort Rustenburg. Dat fort, met
500 soldaten bemand, staat daar net goed, om de bevolking
van den kraton, niet minder dan vijftienduizend personen, in
bedwang te houden.
Gaan wij thans binnen. De opening in den muur, waardoor
ons toegang wordt verleend, is door een poort gesloten; nog
vier andere poorten bevinden zich aan de overige zijden van
het vierkant. Wij staan thans op een uitgestrekt plein, dat
rondom door een muur is ingesloten. In het midden verheffen
zich twee prachtige Indische vijgeboomen, terwijl langs de kan-
ten een geheele rij van die boomen hun schaduw werpen. Het
plein is met zand bevloerd en diende vroeger voor het houden
van tournooispelen: spiegelgevechten met de lans. Aan onze
rechterhand zien wij in den muur van het voorplein een poort,
die toegang verleent tot de Moskee. De metalen toren van dat
bedehuis steekt hoog boven den muur uit. De priesters heb-
ben hun woningen binnen den kraton.
Links van ons, in een hoek, is een hok, met palissaden er
voor. Hoor, welk een gebrul; dat doet de bewoner van dat