Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
En dezelfde zonnestralen, die even te voren zoo vriendelijk
hadden nedergeblikt op de sluimerenden, kwamen drie uur later
weder te voorschijn en beschenen thans het tooneel der ver-
woesting. In plaats van het lachende landschap van straks,
strekte zich nu een veertig voet dikke slijklaag in alle richtin-
gen rondom den berg uit.
Thans, ruim een halve eeuw later, is de nieuw gevormde
bodem opnieuw met een rijken plantenschat getooid. Weder
woont daar een nijvere bevolking, weder wisselen koffietuinen
en rijstvelden elkander af Geen enkel spoor van de onbeschrij-
felijke verwoesting is meer te ontdekken; gelijk na den storm
de golven der zee even vriendelijk als altijd kabbelen over de plek,
waar zoo even een rijk geladen schip in de diepte verzonk, zoo
ook ligt, rustig als te voren, de Galoenggoeng te midden van
de prachtige Javaansche landouwen.
16. Per Spoortrein naar de Vorstenlanden.
Vóór wij onzen tocht langs Java's Noordkust voortzetten,
willen wij eerst nog een uitstapje maken over de ijzeren baan,
die Samarang verbindt met de hoofdsteden der Vorstenlanden,
met de verblijfplaatsen der „machtige" gebieders van de rijken
Djokjokarta en Soerakarta. Wij kunnen daar eens iets te zien
krijgen van de zeden en gewoonten van de aanzienlijke Javanen ,
en in het algemeen onze kennis van het land en zijn bewoners
belangrijk vermeerderen. Verbeelden wij ons dan, dat wij ons
het eerst begeven naar Djokjo; onderweg zullen wij weder
eenige geschiedkundige opmerkingen maken.
Oudtijds vormde het oostelijk deel van Java een machtig kei-
zerrijk , Mataram geheeten. Herhaaldelijk werd dit rijk geteis-
terd door opstanden van verschillende onderhoorigen, regenten
van het een of ander onderdeel van dit uitgestrekt gebied,
waardoor het den keizer moeite kostte, zijn gezag te handhaven.
Dit was ook het geval toen, in het begin der zeventiende eeuw,
de eerste Hollandsche schepen daar aankwamen om handel te