Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
6i
meeste waren nog achter, opgehouden door hetgeen zij te
dragen hadden. HeerHjk was de aanblik, dien ik hier genoot.
Ver onder mijn voeten zweefden wolken, die breede schaduwen
op het geboomte wierpen. Rechts en links zag ik gansche
reeksen van bergen, van aanzienlijke hoogte, ofschoon het maar
kinderen zijn in vergelijking met den Slamat. De meeste zijn,
evenals deze, rustende vulkanen. In 't Zuiden zweeft het oog
over de rijke, goedbebouwde, bergachtige residentie Banjoemas,
en ontdekt men den Indischen Oceaan; ten Noorden over het
lage land van Tegdl, waardoor een menigte rivieren zich als
zilveren linten kronkelen. Daarachter bespeurt men duidelijk
de Java-Zee.
Verder ging de tocht, maar nu deden zich de onaangenaam-
heden gevoelen. De heldere lucht werd nevelig; de wolken,
waarvan ik zooeven sprak, breidden zich uit beneden en boven
mij, en niet alleen ontnamen ze mij het gezicht naar de laagte,
maar ze losten zich op in een fijnen regen. Toen ik tegen den
avond, met slecht een viertal koelies, boven aankwam, rilde ik
in mijn dunne zomerkleeding; het contrast van de koude boven-
lucht met de hitte van den middag was al te scherp.
Langzamerhand kwamen meerdere koelies opdagen; tegen den
rotswand sloegen zij van drie matten en eenige bamboesstokken
een tent op. Inmiddels werden verscheiden vuren aangelegd.
Van lieverlede geraakte ik nu in het bezit van een waschkom,
een lamp, borden, een theekopje, enz. Waar ik het sterkst naar
verlangde, voedsel, was er nog niet. Eindelijk kwam ook de
kok, onderweg had hij reeds de spijzen bereid, zoodat ik niet
aarzelde aan den maaltijd te gaan. En toen nu ook een Ma-
leier aankwam met een matras, met katoen gevuld, bedacht ik
mij niet lang, maar sneed haar van boven open, kroop er tot
aan mijn hals toe in en sliep lekker tot aan den morgen. Toen
begonnen wij den terugweg, die alles behalve prettig was ,
daar het hevig regende, zoodat de rhinocerospaden in weinige
uren het voorkomen kregen van bergstroomen."
Om u een denkbeeld te geven van de rampen, die de uit-
barsting eens vulkaans soms teweeg brengt, zullen wij met een
enkel woord spreken over den Galoenggoeng.