Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
15. De Goenong (berg) Slamat.
nog iets meer over vulkanen.
Op onzen tocht naar Samarang hebben wij veel gezien en
gehoord, waarover wij nog niet gesproken hebben. We willen
thans dit verzuim herstellen.
Nadat wij in de enge ruimte der stoomboot den nacht zoo
goed en zoo kwaad als het kon hadden doorgebracht, zorgden
wij reeds met zonsopgang aan dek te zijn. De kapitein en
een paar andere passagiers voegden zich daar bij ons. De eerste
stralen van de Koningin van den Dag beschenen de toppen der
bergen aan den zuidelijken horizon, en kleurden die met onbe-
schrijfelijk schoone, rozeroode tinten. Een heer, die veel had
gereisd, verhaalde, dat hij meermalen diezelfde prachtige kleu-
ren had opgemerkt aan de kruinen der hoogste bergen va»
Zwitserland, doch daar bij zonsondergang.
„Ziet, heeren", sprak de kapitein, „daar ginds verheft zich
op één na de hoogste berg van Java, de Slamat, een vulkaan.
Zooals u bekend is, zijn op Java een groot aantal van die vuur-
spuwende bergen, waarvan sommige van tijd tot tijd groote
verwoestingen aanrichten. Ze werpen dan een massa asch en
steenen uit of wel een kwalijk riekende, slijkerige massa, die
alles in den omtrek overdekt."
Inderdaad, daar stond hij,- de reus. Zijn top reikt 3455
meters boven den zeespiegel. Hij is tamelijk ver van het strand
verwijderd, op de zuidelijke grens van de residentie Tegal, die
wij nu langs stoomen; maar het kustland is zoo laag, dat die
afstand kleiner schijnt, dan hij werkelijk is.
„Kort geleden heb ik hem nog beklommen en zelfs op zijn
top een nacht doorgebracht", zei een ander passagier, een
hooggeplaatst Indisch ambtenaar; „ik ben dus vrijwel met hem
bekend."
Wij verlangden zeer iets van die reis te hooren verhalen, en
tot onze blijdschap deelden nog anderen dien wensch. Wij zet-
ten ons dus op vouwstoelen in een kring, en de vriendelijke
heer vertelde het volgende: