Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
geen ambtenaar is, moet eerst van de regeering verlof hebben
bekomen, om er gebruik van te maken.
De zoo even geschetste wijze van reizen is wel gemakkelijk,
maar alles behalve goedkoop; ongerekend de huur van het rij-
tuig en de vertering, komt zij te staan op een ä twee gulden
per paal, dat is per afstand van ló'/a minuut, die gewoonlijk
in 5 ä 6 minuten wordt afgelegd.
Op wegen, waar druk verkeer is, kan men ook paarden
krijgen en dragers voor de bagage. Dat is goedkooper, doch
minder aangenaam, want de dieren, welke men aldus beschik-
baar stelt, zijn echte knollen, met ruggen zoo scherp als een
driekante balk. Zelfs de rossen, die met den titel van „heeren-
paarden" prijken, zouden bij ons geen slecht figuur voor een
trekschuit maken.
Voor korte afstanden kan men zich hier en daar nog bedie-
nen van een draagstoel, 't Is een houten kastje met een afdak.
Twee personen kunnen er in zitten, en het gansche ding wordt
aan een draagboom, waaraan het hangt, op de schouders van
een viertal Javanen voortgesjouwd. Algemeener is op sommige
der voornaamste plaatsen het gebruik van den tandoe, een stuk
zeildoek aan draagstokken , met een afdakje er boven. Men gaat
op dat doek liggen en wordt zoo getransporteerd. Lekker is
dat niet; men heeft daarbij, vooral ^ zoolang men er niet aan
gewoon is geraakt, een gevoel alsof men op het punt is van
zeeziek te worden. Deze toestel wordt veel door voorname in-
landers gebruikt.
In de laatste jaren zijn op Java spoorweglijnen aangelegd,
en er wordt veel gedaan, om het aantal dier wegen te vermeer-
deren. Groote moeilijkheden zijn bij die werken te overwinnen,
zooals in ieder bergachtig land het geval is. De oudste lijnen
zijn Samarang-Djokjokarta, met een zijtak naar Ambarawa (waar,
in de voornaamste vesting des eilands, het fort Willem I, een
militair kampement, is gevestigd), en Batavia-Buitenzorg , die de
hoofdstad verbindt met de residentie van den Gouverneur-Generaal.
De laatste lijn is slechts 59 kilometers lang en wordt door den
spoortrein in anderhalf uur afgelegd.
Beide lijnen behooren aan de Ned.-Indische spoorwegmaat-
schappij. Bovendien zijn er nog twee kortere lijnen, ook