Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
den zij bekend gemaakt met de rijstteelt, met het gebruik en
de vervaardiging van werktuigen daartoe benoodigd, met de
aankweeking van allerlei gewassen, die tot voedsel of tot grond-
stof van kleedingstukken konden dienen. Ook voerden de Hin-
does langzamerhand, zonder geweld, hun godsdienst op Java
in, zijnde een beschaafd heidendom , dat evenwel door veel bij-
geloovige begrippen wordt ontsierd. Zij waren gewoon hun
goden te aanbidden in prachtige tempels, en ook op Java de-
den zij dergelijke gebouwen verrijzen, uitmuntende door een
schat van versierselen, en van een verbazende uitgestrektheid.
Sedert eeuwen is de vereering van de godheden der Hindoes
van Java's bodem verdwenen, maar de overblijfselen der tempels
zijn nog hier en daar aanwezig en wekken de bewondering van
eiken reiziger. Onder die gedenkstukken wordt de eerste plaats
ingenomen door den trotschen tempel Boro-Boedoer, die in het
begin der zevende eeuw heet gebouwd te zijn. Deze indruk-
wekkende bouwval bevindt zich in de residentie Kedóe. De
tempel is op een heuvel gebouwd en bestaat uit zeven mu-
ren , trapsgewijze voor elkander geplaatst en aan weerszijden
rijk met beeldhouwwerk versierd. Aan de buitenzijde der mu-
ren zijn nissen, in elke waarvan een meer dan levensgroot beeld
met de beenen kruiselings onder het lichaam is geplaatst. De
Regeering draagt zorg, dat de overblijfselen van dit prachtwerk
schoon worden gehouden en heeft er fraaie photographieën van
laten maken. De talrijke bezoekers vinden in de nabijheid een
houten gebouw met kamertjes om uit te rusten.
De samensmelting van de eerste inboorlingen met de vreemde
overheerschers is nooit volkomen geworden; zelfs in de taal
bleef het verschil bestaan.
Nog een andere volksstam had inmiddels grooten invloed
verkregen in den Oost-Indischen archipel: de Maleiers name-
lijk. Vermoedelijk van het eiland Sumatra afkomstig, hadden
zij zich eerst uitgebreid over het nabij gelegen schiereiland Ma-
lakka , en van daar verspreidden zij zich over Java, de andere
groote en ook de kleine Soenda-eilanden. Wat hen vooral
kenmerkte was hun stoutmoedigheid en ondernemingszucht; zij
dreven flinken handel, voeren ter zee, en overal waar zij kwa-
men brachten zij; leven en bedrijvigheid. Nog heden zijn op