Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
zenden goed gewapende Bantammers het insluitingsleger kwamen
versterken. Tot ons geluk bleven evenwel de Engelschen 14
dagen lang schier werkeloos; 't scheen, dat zij den Javanen de
zaak maar wilden laten uitvechten. Daarin had de regent van
Jakatra ook geen zin; om zonder verlies van volk zijn doel te
bereiken, poogde hij door verraad het fort in handen te krijgen.
Hij knoopte onderhandelingen aan met van den Broek en be-
loofde hem eervolle voorwaarden toe te staan; en deze, den raad
van Coen niet indachtig, liet zich bepraten. Een voorloopige
schikking werd getroffen.
Om die overeenkomst door een vriendenmaal te bezegelen, be-
gaf van den Broek zich met een gevolg van zeven personen naar
het paleis van den regent. Pas waren zij er binnen, of zij werden
aangepakt, op den grond geworpen, van hun kleederen beroofd,
en onder slagen en stompen in een gevangenishok gebracht.
Hoe gedroeg zich van den Broek onder dit ongeval?
Helaas! het bleek weldra, dat Coen van hem te veel had
verwacht. Uit zijn kerker richtte hij brieven tot van Raey, die
nu het bevel over het fort op zich had genomen, waarin hij
bitter jammerde over zijn lot, en hem aanspoorde , om te bewil-
ligen in de eischen van den regent, die de overgave verlangde
van het fort en van de bezetting aan hem of aan de Engelschen.
Den 29en Januari liet de regent hem gebonden op den wal van
de stad gaan, om tot de overgave aan te sporen. Zeker, ware
hij een held geweest, hij zou toen de zijnen hebben aangespoord
zich tot den laatsten ademtocht te verdedigen, liever dan zich
over te geven aan zulk een trouweloozen vijand. Maar hij was
nu eenmaal geen held, en daarom ried hij aan met de Engel-
schen een verdrag te sluiten op de beste voorwaarden, die men
bedingen kon. Die raad werd gevolgd, twee dagen later had
de overgave plaats. De bezetting bleef voorloopig op het fort
en maakte nu van de gelegenheid gebruik, om alles weg te pak-
ken , wat maar te vinden was, onder voorwendsel van het voor
de vijanden te verbergen.
Voor den regent, die misschien meende zich heel verdienste-
lijk gemaakt te hebben, kwam echter het hinkende paard ach-
teraan : bij al die onderhandelingen had men in 't geheel niet
gedacht aan den koning van Bantam, en deze meende ook wel