Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
woningen aan, vrij netjes opgebouwd, die een soort van dorp
(kampong vormen. Die huizen zijn meest van twee verdiepingen,
en een groot deel daarvan zijn winkels.
't Is daar ongemeen levendig, veel meer dan in de stad zelve.
De bochtige straatjes van den kampong, hier en daar door een
prachtigen vruchtboom beschaduwd, zijn vaak bedekt met een
talrijke volksmenigte. En bij den eersten oogopslag zien wij
reeds, dat de meeste dier menschen er heel anders uitzien
dan de eigenlijke inlanders: dat zij, evenals wij, vreemdelingen
zijn. Zij stappen daarheen in een wit of donkerblauw katoenen
broek en een dito kabaai, die even over de heup reikt, van
voren voorzien van zakken en knoopjes; bij feestelijke gelegen-
heden dragen zij een lang overkleed in den vorm van een japon
met wijde mouwen. De aanzienlijken wandelen in zwartlakensche
buisjes en dragen verlakte schoenen. Wat hen bovenal onder-
scheidt, is dat hun hoofd kaal is geschoren, uitgezonderd een
lange vlecht op de kruin, die als een sierlijke haarstaart naar
beneden hangt. Aan 't eind van dezen staart is een zijden koord
met een kwast ingevlochten. Hun gelaatskleur is geel, hun
oogen staan schuin. Het zijn Chineezen.
Zooals bekend is, heerscht de Keizer van China over een
uitgestrekt gebied, dat een groot deel van Azië omvat en hier
en daar sterk bevolkt is. Een blik op de kaart van dit wereld-
deel doet ons zien, dat de afstand tusschen China en de eilan-
den van Indië zoo heel groot niet is, zoodat het ons niet kan
verwonderen, dat wij de zonen van het Hemelsche Rijk —
gelijk China weieens genoemd wordt — ook hier aantreffen.
Wij moeten daarbij in aanmerking nemen, dat de Chineezen
een behendig en taai volk zijn, bijzonder begeerig om wat te
verdienen, slim genoeg om elke gelegenheid daartoe met beide
handen aan te grijpen. Van alle niet-inboorlingen in Indië
aanwezig, zijn zij dan ook het talrijkst: alleen op het eiland
Java zijn er zesmaal zooveel als Europeanen, terwijl zij te Bata-
via ook een belangrijk deel der bevolking uitmaken. Evenals aan
alle vreemde Oosterlingen (Chineezen, Arabieren en Maleiers
van het Indisch vastland), wijst het gouvernement hun op Java
bepaalde wijken aan, waar zij zich moeten vestigen; dat is een
maatregel van voorzorg, om hen beter in bedwang te kunnen