Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
aantal Portugeesche, Engelsche, Fransche en gebroken-Holland-
sche woorden is verbasterd.
Wij zetten de reis voort. Nadat wij de Noord-Westelijkste
punt van Java, kaap St. Nicolaas, zijn oingezeild, hebben wij
straat Soenda verlaten, en bevinden wij ons in de kalme Java-
zee, die ten Zuiden door Java en eenige kleinere eilanden, ten
Noorden door Borneo en Celebes wordt ingesloten.
Den volgenden dag zijn wij tegenover het oude Bantam, een
toonbeeld van vervallen grootheid. Het is gelegen aan een
wijde baai, die echter bijna ontoegangelijk is geworden door de
modderbanken, welke men langs een groot gedeelte van Java's
Noordkust vindt, en aan de uitwatering eener rivier. Het eenige
merkwaardige, dat reizigers er zien kunnen, is een zeer oude
moskee (Mohammedaansch bedehuis) aan den Noordkant van
een groot plein, en daarnaast twee bijzonder groote en prachtige
waringinboomen. Over die soort van boomen spreken we later.
Het duurt nog bijna twee dagen, eer wij de hoofdstad van
Nederlandsch-Indië, de beroemde stad Batavia, het aanvankelijk
doel van onze reis, in het gezicht krijgen. Dat laatste gedeelte
van den tocht is volstrekt niet vervelend, want telkens bieden
ons de eilandjes, welke wij voorbijzeilen, nieuwe verscheiden-
heden aan van vormen en kleuren.
Nog kort geleden moest hier op de reede, tegenover het
eilandje Onrust, het anker worden uitgeworpen. Die reede is
een ondiepe, wijde baai, voor de monding van de Tjiliwong,
de rivier, die de hoofdstad van water voorziet. De schepen
lagen daar veilig, beschut door tal van eilandjes.
De behoefte van handel en verkeer had sinds lang naar een
beteren toegang tot de hoofdstad doen uitzien. Anderhalven
kilometer meer oostwaarts, waar de kustlijn een hoek maakt,
is een haven aangelegd, waarin een drijvend dok, en voorzien
van allerlei inrichtingen voor het laden en lossen. Zij wordt
beschermd door kostbare steenen hoofden, die zich ver in zee
uitstrekken. Van de haven loopt een kanaal naar de Oude
stad, en een spoorweg naar Weltevreden, dat men „Nieuw-
Batavia" zou kunnen noemen, en waar de Europeanen wonen.
Pas zijn wij de haven van Tandjong-Priok — zoo heet die
plek, naar Tandjong dat hoek beteekent — binnengevaren en