Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
staan van Afrika's Zuidpunt in vergetelheid geraakt. Niemand
dacht dus aan de mogelijkheid, Afrika om te varen, en bij
de zeelieden heerschte vrij algemeen het denkbeeld, dat ten
Zuiden van Kaap Bojador de warmte zoo fel was, dat geen
mensch het er kon uithouden, of dat de schepen, die zich
daar waagden., van de aarde, die men zich als een plat vlak
voorstelde, af zouden vallen en in een bodemloozen afgrond
nederstorten.
Hoe brachten dan de Arabieren de Indische waren, voorna-
melijk specerijen, over ?
Zij voerden ze met kameelen door het Zuiden van Azië heen.
Over de landengte van Suez brachten zij ze in Egypte, en ver-
der de Noord-Afrikaansche kust langs gaande en de straat van
Gibraltar overstekende, in Spanje, 't Is licht te begrijpen, dat
die artikelen alzoo heel duur moesten zijn; ze werden niet zel-
den tegen goud opgewogen.
Op het laatst van de tiende, en in de eerstvolgende eeuwen
kwamen de volken van het Westen van Europa meer met Azië
in gemeenschap. Want in dien tijd hadden de kruistochten
plaats; de Christenen poogden bij herhaling Palestina aan de
Mohammedanen te ontweldigen. In den aanvang gelukte dit
voor een gedeelte, doch zij konden het veroverde niet duurzaam
in bezit houden. De Turken bleven meester van het Heilige
Land, en latere ondernemingen liepen op teleurstelling uit.
Maar de kennis, die men op die wijze van Azië kreeg, droeg
voor de toekomst rijke vruchten.
Venetië was de plaats, waar de kruisvaarders zich gewoonlijk
inscheepten om naar Palestina te gaan, en waar zij bij hun te-
rugkomst landden. Daar voorzagen zij zich van hetgeen zij op
den verderen tocht noodig hadden, daar ook brachten zij aan,
wat zij uit het Oosten hadden medegevoerd. Onder andere min
of meer bekende dingen wei'den te Venetië ook Indische waren
aangeboden, die men van de Arabieren had gekocht, en hier-
door werd de aandacht der Venetianen geleid op een tak van
handel, die bestemd was, om schatten naar de „Koningin der
Adriatische Zee" te doen stroomen. In de dertiende en veer-
tiende eeuw zien wij Venetië met de Arabieren handel drijven,
en specerijen, kostbare houtsoorten, reukwerk en edelgesteen-