Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
wordt alsdan gebruik gemaakt. De reis geschiedt dan op de
volgende wijze:
Van de Indische eilanden richt men zich naar de Zuidpunt
van het eiland Ceilon, een Engelsche, vroeger een Nederland-
sche bezitting. Van daar loopt een stroom nagenoeg zuidwest-
waarts om Afrika heen. De schepelingen krijgen op dien tocht
de Kaap de Goede Hoop met haar vooruitspringende rotsge-
vaarten , om welke de stormwinden soms zoo hevig kunnen gie-
ren en loeien, in het gezicht. Men zeilt dan Afrika om, en
blijft veel dichter bij de kusten van dat werelddeel dan op de
heenreis.
Wij hebben pas vernomen, dat onze reis wel drie maanden
duren zal, zoo niet nog langer. Indien wij er op gesteld wa-
ren geweest, Indië vroeger te bereiken, dan hadden wij plaats
moeten nemen op een stoomschip van de Stoomvaartmaatschappij
„Nederland" bijvoorbeeld, dat door het Kanaal van Suez gaat.
Ziet eens op de kaart naar de plaats, waar de werelddeelen
Afrika en Azië elkander het dichtst naderen. Ontdekt gij er
den naam Suez niet ? Vijf-en-twintig jaar geleden waren zij daar
met een landengte aan elkander verbonden. Deze heeft men
doorgegraven, zoodat Afrika omgevaren kan worden. De vaart
naar Indië werd op die wijze, zooals gij zien kunt, aanmerke-
lijk bekort, want nu kan men den langen tocht om Afrika
heen vermijden.
Waarom wordt dat niet altijd gedaan, vraagt gij ? Wel, het
graven van het Suezkanaal heeft zeer veel geld gekost: de ren-
ten van dat kapitaal moeten geleverd worden in den vorm van
tollen, welke geheven worden van de schepen, die het nieuwe
kanaal passeeren. Ook moeten de schepen door het Suez-Ka-
naal gesleept worden, hetgeen mede zeer duur is. Wanneer
dus een spoedige overtocht geen vereischte is, dan kiest men,
om die groote onkosten te besparen, den langen weg om de
Kaap, zooals men dat noemt. Wie met een der genoemde stoom-
booten meegaat, moet door de straat van Gibraltar de Middel-
landsche Zee in, vervolgens door het Suez-Kanaal, de Roode
Zee, de straat van Bab-el-Mandeb, de Arabische Zee, en ver-
der langs Voor-Indië en het eiland Ceilon. De reis duurt dan
ongeveer zes weken.