Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
in de pannen gebracht, hetgeen tot vijfmaal toe wordt her-
haald.
Om kina-aanplantingen te zien, moeten wij een anderen berg
opzoeken, den Malabar, vijf K.M. ten Zuiden van de stad Ban-
dong. De kinaboom, van welks bast het bekende koortsver-
drijvend middel wordt bereid, behoort in Peru thuis, en sedert
1856 heeft men op last der regeering, eerst onder leiding van een
uitstekend geleerde, den Heer Junghuhn, de aankweeking in
dit gedeelte der Preanger-regentschappen beproefd, welke proef
met den besten uitslag is bekroond. De boompjes waren deels
afkomstig van zaden uit Amerika naar Java gezonden, deels
van planten uit de plantentuinen van Leiden, Utrecht en Am-
sterdam en werden gepoot aan den zuidwestelijken voet van
den Malabar, op een hoogvlakte, 1570 meters boven de op-
pervlakte der zee. Daar ziet men de boomachtige heesters
staan, te zamen een terrein van ongeveer een hectare be-
slaande. In het midden bevinden zich de kweekhuizen, waarin
de jonge planten worden behandeld, totdat zij sterk genoeg zijn,
om in den tuin te worden gezet, benevens bakken van bamboes,
waarin de zaden gelegd worden om te ontkiemen. Overal
heerscht de grootste netheid, de volmaaktste orde; 't is wel te
zien, dat er veel belang wordt gesteld in deze cultuur. Af en
toe worden ook proeven genomen om haar in andere streken
van den Archipel ingang te doen vinden.
Wij vervolgen onze reis en zijn weldra te Bandong, den zetel
van den resident. De voornaamste merkwaardigheid van deze
stad is het heerlijk gezicht, dat men daar heeft op de omlig-
gende bergen, die alle tot op aanzienlijke hoogte met rijstvel-
den en koffietuinen zijn bedekt. Ook de fraaie woning (dalem)
van den regent is zeer bezienswaard. Voorwaar, de wijze, waarop
die heer is gehuisvest, verschilt nogal wat met de woningen
van zijn oriderhoorigen.
Voor de geheele reis van Tjilatjap hadden wij gebruik kunnen
maken van den spoorweg, die Java in een gebogen lijn over de
geheele breedte doorloopt. Een beschouwing van dat werk leert
ons, met welke groote bezwaren de spoorwegbouw in Indië
gepaard gaat op een terrein, waar bergen en kloven elkander
afwisselen, — maar doet ons tevens ook zien, hoe flink het