Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
Dat laatste gedeelte zouden wij per spoortrein kunnen afleg-
gen , maar om veel te zien willen we reizen op ouderwetsche
manier. Daardoor wordt de reis allesbehalve gemakkelijk; dikwijls
vinden wij nauwelijks iets, dat naar een gebaanden weg gelijkt,
en zouden wij groot gevaar loopen van te verdwalen, indien
wij ons niet voorzagen van een of meer inlanders als gidsen.
Somtijds moeten wij te voet verder zien te komen, omdat de
oneffenheid van den grond het rijden onmogelijk maakt; dan
weder maken wij gebruik van een zitplaats in een buffelkar,
die verschrikkelijk hotst en die ons volstrekt niet met meer
spoed doet voortgaan, dan toen wij wandelden. Somtijds ook
vinden wij gelegenheid om een paar van die kleine, maar sterke
paardjes te huren, die men hier aantreft. Niet zelden verloo-
pen er dagen achtereen, eer wij de woning van een Europeaan
aantreffen, en moeten wij overnachten in een Javaansche hut,
welker bewoners, hoe arm ze ook vaak zijn mogen, toch in
gulle gastvrijheid voor niemand behoeven onder te doen. Zoo
hebben wij meteen gelegenheid, om de Javanen in hun dage-
lijksch doen gade te slaan.
De levenswijze van de Javanen uit den minderen stand, dus
van verreweg de meesten, is hoogst eenvoudig. Wanneer wij
een hunner woningen binnentreden, valt ons terstond het vol-
slagen gemis in het oog van al die gemakken, welke wij als
onontbeerlijk beschouwen. De hut is van bamboes samengesteld,
met van voren een afdak, door palen geschraagd ; van boven
is zij met riet of palmbladen gedekt. Vaak vindt men er geen
vloer in; de grond, waarop zij staat, moet dan als zoodanig dienst
doen. Evenmin een zolder, terwijl gij ook vergeefs zult zoeken
naar vensters en een schoorsteen. Licht en lucht moeten maar
toegang krijgen door de reten der bamboeswanden, en langs
denzelfden weg baant zich de rook een uitweg. Er is maar
één deur. Bedsteden of ledikanten zijn er niet; de Javaan vlijt
zich met zijn geheele gezin neder op balé-balés, zijnde ban-
ken van bamboes met een mat er op, en slaapt daar even ge-
rust als de Europeaan op zijn bed. Kasten bijna ook niet;
de Javaan bezit zeer weinig kostbaarheden, die achter slot
geborgen moeten worden; alleen staat er een kastje ter bewa-
ring van het eten, en vindt men eenige kisten en manden tot