Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
tot zes weken en gaat dikwijls vergezeld met hevige natuurver-
schijnselen: zware onweders, aardbevingen, overstroomingen.
Dat deze laatste wel onder de meest geduchte rampen mogen
gerekend worden, daarvan weten wij, Nederlanders, vooral zij,
die langs de oevers der rivieren wonen, mede te spreken. Een
overstrooming in Indië echter is nog veel verschrikkelijker, dan
wij ons verbeelden kunnen. Als bij ons in het voorjaar de
ijsverstoppingen de geregelde afvloeiing van het water beletten,
dan hebben wij dit ten minste eenigen tijd vooruit bemerkt, en
er zijn eenige voorzorgsmaatregelen mogelijk; op Java vertoont
zich de Banjir plotseling, soms bij een helderen hemel.
Om de toppen der bergen hebben zich de wolken samenge-
pakt. Al zwaarder en zwaarder wordt de last, eindelijk baant
hij zich met geweld een weg benedenwaarts. De beken zwel-
len op tot rivieren, zij kunnen de watermassa niet meer be-
vatten , zij treden buiten haar oevers, en met een geluid, aan
den ratelenden donder gelijk, stroomt de stortvloed bruisend
voorwaarts, alles op zijn tocht vernielende. Men ziet de water-
massa aanstormen met onstuimige vaart; zij komt niet van on-
der op, al hooger en hooger rijzende, neen, zij ijlt den Javaan
te gemoet, hij ziet er tegen aan, hij aanschouwt als het ware een
muur van water, gereed om hem te overstelpen. Nog één
oogenblik, en de banjir is over hem heen gegaan, heeft zijn
hut meegevoerd, zijn akkers vernield, hemzelven gedood, heel
den omtrek in een tooneel van verwoesting herschapen.
En voort snelt de vloed, als een reus , wiens kracht toeneemt
naarmate zijn woede stijgt, totdat hij als uitgeput nederzinkt,
het slib, dat hij heeft medegevoerd, laat vallen en alzoo een
nieuwen bodem vormt, waar vroeger geen land was, als een
geringe vergoeding voor de schade, die hij heeft aangericht,
voor de menschenlevens, die hij heeft vernietigd.
30. Uit liet huiselijk leven der Javanen.
Wij hebben een begin gemaakt met onzen laatsten tocht door
Java. Reeds bevinden wij ons in de Preanger-regentschappen,
de uitgestrektste residentie van het eiland.