Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
i 22
tegen de binnenzijde vasthechten. Het „plukken" geschiedt,
zoodra de jonge vogels vliegen kunnen.
De top des bergs verheft zich 31 o meters boven den zee-
spiegel. Een pad loopt van daar benedenwaarts naar zee en
eindigt met een steilen wand. De inzamelaars moeten zich hier
nederlaten aan een loshangenden ladder van bamboes tot aan een
smallen richel der rots; daar treffen zij een tweeden ladder
aan, waarvan de onderste sport zich een meter of drie boven
het water bevindt. Nu gaan zij langs een bamboeslat het hol
binnen, om de nesten te plukken, hetgeen met de hand ge-
schiedt, of als zij wat hoog hangen, meteen stok, waaraan een
netje is vastgemaakt. Voor ons zou die nederdaling nogal ge-
vaarlijk zijn, maar de Javanen zijn daar zoozeer aan gewoon
geraakt, dat, naar men zegt, tot nog toe slechts één man er
het leven bij heeft verloren.
Vóór de pluk begint, hebben er verschillende feestelijkheden
plaats, waarbij muziek en dans niet worden vergeten. Ook is
daaraan een soort van godsdienstplechtigheid verbonden, van
zeer bijzonderen aard. Zooals de Javanen gelooven, staan
de vogelnest-klippen onder de bescherming van een onzichtbare
godin, die zij de „Juffrouw van de zuidelijke zee" noemen,
voor wie in het pakhuis een rijk versierd bed is geplaatst, en
die er zelfs een eigen kamenier op nahoudt. Het spreekt van-
zelf, dat het van belang is, alvorens met de inzameling te be-
ginnen , de godin gunstig te stemmen; daarom wordt haar dan
altijd eten gebracht, en vraagt men haar eerbiedig verlof om
haar rijk te betreden, ten einde de nesten te plukken. . Tot
heden heeft zij dat altijd, bij monde van haar kamenier, goed-
gunstig toegestaan, dus erg kwaad is zij niet. Maar de Ja-
vanen zijn er ook stellig van verzekerd, dat het met den on-
voorzichtige , die zonder haar verlof (met andere woorden,
zonder toestemming van de Nederlandsche beambten) nestjes
ging rooven, heel slecht 'zou afloopen.
Wij laten de Javanen stilletjes hun kostbare nestjes verder
inzamelen en gaan onze reis voortzetten. Ons plan is, over
land in westelijke richting te trekken, ten einde over de Pre-
anger-regentschappen Batavia weder te bereiken. Wij zullen
ons een weinig moeten haasten, want het goede jaargetijde