Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
IIS
verandering ten goede kon plaats hebben zonder de krachtige
tusschenkomst van een man, die den moed had met doortas-
tende middelen den bedorven toestand in Indië te zuiveren. Hij
vond zulk een man in den bekenden, nu en dan door ons ge-
noemden maarschalk Daendels, die in 1807 als Gouverneur-
Generaal met uitgebreide volmacht naar Indië vertrok.
Toen Daendels op de plaats zijner bestemming aankwam,
vond hij de meeste koloniën in handen der Engelschen; zelfs
gingen kort na zijn aankomst nog de Molukken verloren, zoodat
Java met nog eenige onbeduidende bezittingen daar buiten het
eenige was, dat ons overbleef. Het eerst kreeg hij het te kwaad
met Bantam, welks sultans, nadat Coen hun zoo geducht zijn
macht had doen gevoelen, nog eenigszins onafhankelijk waren
gebleven. Daendels had een veilige ligplaats voor oorlogsschepen
noodig en liet daartoe een baai aan de Noord-Oostkust ver-
sterken ; voor dit werk moest de sultan van Bantam arbeiders
leveren. Daar het werken op een moerassigen bodem velen
dier arbeiders deed bezwijken, weigerde de sultan hen langer
beschikbaar te stellen; en uit die weigering ontstond een oorlog,
waarvan het gevolg was, dat Bantam onder het onmiddellijk
gezag van den staat geraakte.
Ook in andere deelen van Java verminderde hij het gezag
der inlandsche vorsten. Meest maakte hij gebruik van de on-
lusten , die daar tijdens zijn komst heerschten en die hem een
welkome gelegenheid aanboden, om zijn macht te doen gelden.
Om oude gebruiken bekommerde hij zich alleen in zooverre hij
ze kon goedkeuren; was dit niet het geval, dan schafte hij ze
doodeenvoudig af. Zoo waren, bij voorbeeld, de betrekkingen
tusschen den sultan van Djokjo en de ambtenaren van de Com-
pagnie vroeger altijd vergezeld geweest van allerlei dwaze en
vernederende plechtigheden; de Nederlanders moesten in het
openbaar den sultan de siriedoos, wijn, waschwater aanbieden,
mochten hem alleen naderen onder diepe buigingen, blootshoofds
zelfs in de heete zonnestralen en meer dergelijke fraaiigheden.
Daendels was er de man niet naar om waschwater aan te dra-
gen ; hij stelde vast, dat voortaan de Nederlandsche residenten
in rang met de vorsten gelijk zouden staan, en, of de sultan
daar vertoornd over was of niet, daar vroeg hij niet naar. Wat
8*