Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
lOI
nood ontstond ten gevolge van de uitbreiding der koffieteelt?
Evenwel, de Javaan heeft een onbegrensd ontzag voor zijn vor-
sten, die hij beschouwt als eigenaars van den grond —■ en
daarbij, de Compagnie had door de gesloten overeenkomst om
zoo te zeggen het eigendomsrecht van de souvereinen overge-
nomen , en was alzoo de meesteres van den bodem geworden;
dat alles maakte, dat de inboorlingen slechts zelden poogden
zich te verzetten tegen den last, hun opgelegd. Trouw bleven
zij de kostbare boonen inzamelen, drogen en stampen, en met
hun pedati's fbuffelkarren) naar de hoofdplaatsen brengen, waar
de geurige zaden in pakhuizen werden opgelegd, om in rijke
ladingen naar Nederland te worden gevoerd.
De wijze, waarop tegenwoordig de koffieoogsten voordeel op-
leveren , komt in veel opzichten met de vroegere overeen. De
macht, voorheen uitgeoefend door de Compagnie, berust thans
bij den Nederlandschen Staat. Onze ambtenaren wijzen de gron-
den aan, die zij voor koffie geschikt achten, en nu zorgt het
inlandsch bestuur er voor, dat die velden behoorlijk worden
bearbeid. De inlandsche Hoofden ontvangen daarvoor een be-
paald bedrag, dat afhangt van de opbrengst: de zoogenaamde
cultuurprocenten. Het loon, dat aan de Javanen voor hun ar-
beid wordt uitbetaald, is thans nauwkeurig door de Wet vast-
gesteld. In den laatsten tijd beijvert ons bestuur zich, om in
Indië nevens de nog bestaande gedwongen koffieteelt, de vrijwil-
lige cultuur door particulieren te bevorderen.
Wat de wijze van betaling aan den inlandschen voortbrenger
aangaat, zij geschiedt niet in den vorm van dagloon; zij is
ook geheel onafhankelijk van den afstand, waarop de koffietuin
van zijn dessa (dorp) ligt, welke afstand soms vele uren be-
draagt. Bij de levering ontvangt de man thans 15 gulden per
pikol (125 Amsterdamsche ponden of 61.76 K.G.).
De meeste koffie wordt op Java geteeld, maar ook op de
overige groote Soenda-eilanden, zoomede op het kleine, maar
volkrijke Bali (ten Zuid-Oosten van Java) komt zij voor. Die
van het Noorden van Celébes (de zoogenaamde Minahassa) wordt
voor de beste van geheel Nederlandsch-Indië gehouden. Maar
waar ook geteeld, zij mag aan niemand worden verkocht dan
aan het gouvernement, dat den verkregen oogst gedeeltelijk in