Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
het is, alsof het tusschen de frisch groene bladeren gesneeuwd
heeft, terwijl daarboven de dadaps hun kruinen, met roode
bloesems afgezet, verheffen. De koffiebloem heeft maar een
korten duur, na twee dagen is de vrucht gevormd. Deze heeft,
om rijp te worden, een half jaar noodig. De volwassen vruch-
ten hebben, wat betreft de kleur, veel overeenkomst met kersen,
maar de middellijn is nagenoeg de helft korter; ook hangen ze
niet gelijk deze aan een langen steel en is haar gedaante een
weinig langwerpig. Binnen een flauwzoet omhulsel bevinden
zich twee zaden, somtijds slechts één, groenachtig wit van kleur,
met de platte zijden tegen elkander, doch elk omgeven door
een dun, taai, perkamentachtig huidje.
Nu worden de vruchten geplukt, alweder een arbeid, die veel
handen bezighoudt. De ingezamelde beziën worden uitgespreid
op platen van gevlochten rijswerk of, zooals in de residentie
Pasoeroean, op de aarden vloeren vóór de woningen der inlan-
ders , om in de zon te drogen; maar bij regen of sterken dauw
moeten ze onder dak gebracht worden, dewijl anders de boonen
zwart en voor den handel ongeschikt worden. Is het weder
gunstig gebleven, dan is na vijf of zes weken het drogen afge-
loopen; de vruchten worden nu gestampt in houten vijzels, om
er de boonen uit te krijgen. Deze worden opnieuw gedroogd,
en vervolgens weder gestampt, om ze van de huidjes te ont-
doen. Dat laatste werk eischt veel omzichtigheid, zonder welke
de boonen breken en veel van haar waarde verliezen zouden.
Na een zeker aantal oogsten, hetgeen afhangt van de hoe-
danigheid van den grond, is de opbrengst der koffieboomen
zeer verminderd; men roeit ze dan uit, en geeft aan de gron-
den , die nu in den eersten tijd niet meer geschikt zijn voor
hetzelfde gewas, een andere bestemming. Onophoudelijk wor-
den daarom nieuwe koffietuinen aangelegd.
Eer wij nu onderzoeken, wat er verder met de koffieboonen
gebeurt, moeten wij een blik werpen op de geschiedenis van
dit belangrijk product.
Toen onze vaderen zich in Indië vestigden, wisten noch zij,
6*