Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
Laat ons eerst eens zien, hoe zulk een tuin wordt aangelegd.
Om een stuk boschgrond voor de koffieteelt geschikt te ma-
ken, moeten de boomen natuurlijk eerst worden uitgeroeid en
weggevoerd; doch, dewijl de koffieboom wel een flinke warmte
noodig heeft, maar toch ook schaduw behoeft, laat men niet
zelden de zwaarste stammen staan om het jeugdig gewas te
beschutten. De kofiie, op die wijze verkregen, wordt bosch-
koffie genoemd. Meer gebruikelijk is het, de oude boomen
geheel te verwijderen; ook is het noodig den grond goed om
te werken en van alle wortels te zuiveren. Is dat gedaan, dan
\)lant de Javaan de stekjes, die verkregen zijn van vroeger uit-
gezaaide of van afgevallen boonen, op regelmatige afstanden
van ongeveer drie meters. En om te zorgen, dat de jonge aanleg
later geen lommer zal ontberen, worden er tegelijk andere boo-
men tusschen geplant, meestal dadaps, die veel spoediger vol-
wassen zijn dan de koffieboom, en alsdan tweemaal de hoogte
bereiken van deze.
Het zwaarste werk, het uitroeien van boomen, het zuiveren
van den grond en het planten, is voorbij; doch daarmee is bij
lange na nog niet alles gezegd. Tweemaal — ééns bij den
aanvang, ééns bij het einde van den West-moeson of regen-
tijd —• moet de Javaan wieden, alsmede de boomen zelf zui-
ver houden van insecten. Hij moet ook zorgen, dat bij felle
regens het water niet met te groote kracht wegvloeit, omdat
in dat geval een gedeelte van den grond mee zou gaan, en
evenmin mag het water blijven staan, want de koffieboom be-
mint een lossen, niet al te voc^itigen bodem.
In het derde jaar vertoonen zich de eerste vruchten, en een
jaar later heeft men reeds een goeden oogst. De stekjes zijn
rechtstammige boomen geworden met slappe, neerhangende
takken, welke laatste bezet zijn met gladde, immergroene bla-
deren. Eigenlijk bloeit de koffieboom aanhoudend, want pas
is op de eene plaats vrucht gezet, of op een ander plekje ko-
men weer nieuwe bloemen te voorschijn; maar de volle bloei-
tijd valt omstreeks het eind van September. De bloemen be-
vinden zich in de oksels der bladeren opeengehoopt, zijn
sneeuwwit en gelijken wel eenigszins op onze jasmijnen.
In dien tijd leveren de koffietuinen een heerlijk gezicht op;