Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
go
wild komen zij niet voor. Het gansche jaar treft men er vruch-
ten aan.
Het is haast onmogelijk te zeggen, op hoevelerlei wijzen de
Javanen uit den kokospalm nut trekken; wij zullen ons daarom
maar tot het voornaamste bepalen.
De top draagt een soort van kool, die gegeten wordt; dat
kan alleen geschieden, als de boom geveld moet worden, want
hij sterft na het afsnijden van dat gedeelte.
De bast van den boom, grauw van buiten, roodbruin van
binnen, en van boven tot onder voorzien van ringen, die den
stam geheel omvatten, wordt gebezigd, om er touw mede in te
wrijven, ten einde het beter tegen water bestand te maken.
Het hout van den stam is los, en zelfs als brandhout weinig
waard; de wortels worden soms door de inlanders als genees-
middel gebruikt.
Het belangrijkst zijn de vruchten. De bruine bolster heeft
aan de binnenzijde donkere, vezelachtige draden, die gebruikt
worden tot het vlechten van touw, matten en vloerkleeden.
Ook maakt men er het vuurtonw (tali-api) van, dat menigvuldig
door Europeanen en aanzienlijke inlaifders wordt gebezigd, om er
sigaren mede aan te steken. Een der jongste bedienden is be-
last met de zorg, het steeds in gereedheid te houden, hetgeen
een vrij gemakkelijk baantje is, want het vuurtouw vonkt voort
als een lont tot het einde toe. Ook wordt een stuk van den
geheelen bolster met vezels en al zoo gesneden, dat het een
kwast of boender vormt. De houtige bolster wordt op vele
Indische eilanden glad 'gemaakt en tot verschillend vaatwerk
gevormd.
Als de vrucht ongeveer half rijp is, bevat zij een lekker,
frisch en verkoelend vocht, dat veel gebruikt wordt. Is zij vol-
wassen, dan heeft zich aan de binnenzijde, ter dikte van om-
streeks drie c.M., de witte pit gevormd, die eetbaar is, en
geraspt in allerlei gebak en andere spijzen wordt genuttigd.
Wanneer het vocht, dat door uitpersing van de pit wordt ver-
kregen , gekookt en afgeschuimd is, heeft men de bekende
klapper-olie, die voor den Javaan de boter vervangt en waar-
mede zijn meeste spijzen worden toebereid. Diezelfde olie wordt
door velen voor de verlichting gebruikt en vormt alzoo een