Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
De volgende volzin is dus niet onberispelijk: Op ome aarde leven,
twaalfhonderd millioenm zielen.
Hierbij valt op te merken, dat alleen de term honderd met
het vermenigvuldigende hoofdgetal verbonden wordt; dat deze ver-
binding blijft bestaan, al komt de samenstelling voer als deel van
een ranggetal: de driehonderd vijf en zestigste dag des jaars; A&t
duizend, door een hoofdgetal voorafgegaan, te beschouwen is als
een zelfstandig naamwoord.
Ook na de onbepaalde teln^oorden enkele, eenige, verstheidene,
luttele enz. verwerpen honderd, duizend enz., wanneer ze onmiddellijk
door een zelfst. naamw. gevolgd worden, niet zelden den meervouds-
vorm: Eenige honderd el dichter bij; Enkele duizend passen verder;
AVij zien d' ontmeetbren oceaan.
Waarin de ontelbre sferen drijven.
Die ons des daags verborgen blijven.
Maar in den nacht te schittren staan....
't Is slechts een ondeel van 't heelal;
't Zijn dropplen van onpeilbre bronnen;
't Zijn luttele tienduizend zonnen
Van 't nameloos miljoenental.
Tollens. Avondwandeling,
Men schrijve: honderd en een soldaten, duizend en een paarden.
Zoo ook duizend en een pennen, en niet duizend en eenEpennen.
Enkelen schrijven: Hij verdeelde het land onder de negen en een,
halve stammen, in plaats van: onder de negen en een halven stam,
hetgeen geene navolging verdient.
Men schrijft: Er waren honderd soldaten, duizend raiders, zon-
der, een millipen krijgsknechten, daarentegen, met het lidwoord van
eenheid 1). Er is onderscheid tusschen honderd soldaten en een
1) Millioenis oorspronkelijk een benoemd getal en beteekent 10
tonnen gouds of scbats, de ton berekend op 100000 eenheden der gebrui-
kelijke landsmunt, zoodat door millioen in verschillende landen verscMl-
lende geldsommen bedoeld worden. Tot in de 18e eeuw werd miliigen
in het tellen hardnekkig vermeden.