Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
vrienden, als des konings vrienden altenzoo^al zijn gansche vermo-
gen, als gamel), zijn vermogen; enz.
Meu vindt zoowel Qeef m'j alle drie de hoeken. Geef mij de hoeken
alle drie, als Geef mij alle drie boiken, .^Geef mij al de driehoeken.
De laatste twee volzinnen klinken stroef en onwelluidend; daarom
verdienen de eerste twee de voorkeur.
Staat genoeg achter het zelfst. naamw., zoo wordt het van een
onbepaald telwoord een bijwoord van hoegrootheid: Hij heeft geld
genoeg. Hetzelfde geldt omtrent ie veel en te weinig: Hij heeft ie
veel gelJ, E!j hnfl geld te veel; Zij had ie weinig koopwaren. Zij
had koopwaren ie weinig. Er is zehs een aanmerkelijk onderscheid
in de beteekenis dezer volzinnen. De tweede zegt zoover>l als:
Hij heeft meer geld, dan hem toekomt, of ook: Hij heeft meer geld,
dm hij noodig heeft; Hij kan wat missen; de vierde beteekent: Zij
had koopwaren te kort, minder dan haat toekwam. De eerste en
de derde volzin wijzen alleen aan, dat de hoeveelheid te groot of
te klein was.
Geen wordt verbogen als het telwoord een. Soms komt het voor
als een ontkennend lidwootd van eenheid, als een ontkennend tel-
woord, of als eeu ontkennend voornaamwoord; b. v.: Dut is geen
vogel, het is een zoogdier; Hij heeft geen cent op zak; Hij steekt geene
hand uit; enz.
Staat geen in beteekenis gelijk met het ontkennend bijwoord K!«/,"
dan wordt het niet verbogen: Karigheid is geen spaarzaamheid en
mildheid is geen verkwisting; Geen wijsheid, geen overleg haatie hier;
Ze zijn geen goede vrienden meer-.
Geen heiligheid wordt hier gevonden.
Die niet aan dezen wortel groeit.
Vele wijn beteekent vele soorten van wijn, velerlei wijn; veel wijn
beteekent eene groote hoeveelheid wijn. Een gelijk onderscheid is er
tusschen weinige boter en weinig boter; enz.
Worden de eerste en de laatste zelfstandig gebruikt, dan ontvan-
gen ze altijd eene n: Koeien en schapen zijn nutiige dieren: de eer-
sten geven ons melk, de hatslen geven ons wol.