Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
voor tvee geheelen en M derde geheel half. Derdehalve mek, vier-
,i iehahe dag bet. dus: twee en een halm teeek, drie en een halve
dag, dat is: livee weken en eene halve tecek, drie dagen en een
halve dag. Men zegt zoowel twee en een halve cent, d. i.: twee
centen en een halve cent, als twee cent en half, d. i. twee crnt
j geheel en een cent half. Zoo ook diie en een halve maand oi drie
maanden en half, enz,
i 64, Worden de onbepaalde telwoorden zelfstandig ge-
bruikt, zoo schrijft men, van persohen sprekende: w-
len, weinigen, beiden, eenigen, sommigen enz.; spreekt men
I van andere voorwerpen, zoo schrijft men: alle, vele, weinige ,
beide, eenige, sommige enz. B. v.: De kinderen zijn allen
ziek; De pennen zijn alle vermaakt; enz.
Beiden en allen worden vaak door een voornaamwoord vooraf-
gegaan: wij beiden, die allen, zij allen; ons heider vrienden (voor:
onzer beider vrienden); u beider ouders (voor: uwer lei'ler ouders);
hun aller vrienden (voor; hunner aller vrienden); u aller moeder;
enz. Eene enkele maal komt de onverkorte vorm nog voor:
In hem is God ons aller God;
Eén Heiland, één behoeder
^ Is onzer aller broeder;
Eén uitzicht is ons aller lot.
Al blijft voor een lidwoord of voornaamwoord 1) liefst onver-
bogen: at de zorg, al m'jne vreugd, tm,. Na staat het zelfst.
naamw. steeds in het enkelvoud: menig man, menige vrouw; menigmaal,
Men schrijft zoowel heide deze boeken, deze boeken heide, als
deze beide boeken; zoowel geheel den dag, als den geheelen dag;
zoowel al deze boeken, als deze boeke» alle; zoowel al des konings
1) De aanwijzende voorn, zoodanige, dusdanige en dergelijke schijnen
hierop eene uitzondering te maken. Men vindt ze tèn minste niet zelden
voorafgegaan door alle: alle zoodanige menschen, alle dusdanige gesprek-
ken, in alle dergelijke gevallen, enz.