Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
f alle soorten van koopwaar; allerhande volk alle slag van volk
Meer en meer wint het gebruik veld om in uitdrukkingen aL
e volgende het voorzetsel van weg te laten; Er zijn meer van dat
lag {van) gemeentebesturen; Bat is eene soort {van) hout, die zeld-
aam is; enz. Dit verdient geene aanbeveling. Men behoude in
ergelijke uitdrukkingen het voorzetsel, of vindt men ze te stroef,
00 geve men er eene andere wending aan, b. v.: Er zijn meer
'êmeeniebesturen van dat slag; Dat is eene houtsoort, die zeldzaam
ï; enz.
60. Eén man, ééne vrouw, één kind wordt verbogen als
man, eene vrouw, een kind.
Verbuiging van het lidwoord een, als zelfstandig beschouwd.
Enkelvoud.
Mannelijk. Vrouwelijk, Onzijdig.
L. De eene, 1. De eene. 1. lïet eene.
2. Des eenen. 2. Der eeue. 2. Des eenen.
3. Den eenen. 3. Der eene, de eene. 3. Den eenen, het eene.
Den eenen. 4. De eene. 4. Het eene.
Even zoo verbuigt men de andere. In den Isten en den 4den
aamval schrijft men ook de een en 'de^:nde¥, den een en den ander,
nder wordt soms samengetrokken tot aar, gelijk andersaars.
\Aur en aars behouden, als ongewone vormen, het samentrekkings-
teekeu, dat elkaar cn malkaar missen kunnen. Eén heeft soms du
beteekenis van dezelfde, hetzelfde, i
Komt! sterken wij den liefdeband!
Eén strijd is 't, dien wij s'rijden,
Eén lijden, dat we lijden.
Op reis naar 't hemelsch vaderland,
In: De eenen deden dit, de anderen dat, is eenen t^xi onbepaald
telwoord, en beteekent zooveel als sommigen,
61. De hoofdgetallen kunnen ook in hel meervoud ge-
bruikt worden; b. v.: Jezus met de twaalven; met ons vieren;
met u achten-, met hun tietien; Noach was met zijnachten