Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
Hoofd oï grondgelallen zijn: een, tien, honderd, duizend,,
milliocn enz.
Bepaalde ranggetallen zijn: de eerste, de tweede of de an-
dere, de elfde, de vijf en zestigste, de vierhonderd acht eni
twintigste, de duizendste, de drie duizend driehonderd drie",
en dertigste enz.
Onbepaalde ranggetallen zijn de laatste, de zooveelste, de
hoeveelste.
De hoofdgetallen en ranggetallen noemt men bepaalde tel-
woorden. Onbepaalde IdwoorAen zijri: al, alles, beide, geza-
menlijk, geheel, gansch, ieder, iegelijk, elk, ^ecn, eenig, ette-
lijke, sommige, menig, veel, weinig, genoeg, half, wal, luttel,
enkele', verscheidene, onderscheidene, verschillende.
De onbepaalde telwoorden zijn eigenlijk bijvoeglijke naamwoor-
den of zelfstandig gebruikte bijv. naamw. Worden ze zelfstandig
gebruikt, dan krijgen sommige den naam van gemeenslachtige zelfst. j,
naamw., als: ieder {ieders, eens ieders); iedereen {iedereens); een
iegelijk {eens iegelijks, een iegelijk); menigeen {menigeens); elkeen
{jlkeens). Dit een, waarmede zij verbonden , of waardoor zij vooraf-
gegaan worden, is het onbepaald voornaamw. een.
Nog rekent men onder de telwoorden:
Dj herhalingstallen: eenmaal, eenige malen, ixeemaal, eenmaal is
geenmaal, veclmxal, vele raaien, driemaal drie is negen, een reis,
twee keer, driewerf enz.
Do verdubbeltallen: tienvoudig, drievoudig, veelvuldig, veelvoudig,
veelvoud enz.
De soortg-Aallen: eenerlei, tweeërlei, tweeërhanie, drieërkan^e,
drieërlei, vierderlei, allerhande enz.
Men schrijve niet: Deze tuin is eens zoo groot als die, maar: Heze
tuin is tweemaal zoo groot als die. Ook schrijve men liever: Hij
is meer dan viermaal zoo rijk als ik; Hij is ruim viermaal zoo rijk
als ik, dan: Hij is viermaal rijker dan ik, enz.
In allerlei soort van koopwaar, allerhande slag van volk, enz,
zijn soort en s/«?^ overtollig. Men schrijve dus: a/te-te/e ioop^aar