Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
Wat heeft geen derden naamval. De 2c naamval weii
komt alleen voor in weshalve en weswege. De 2e en
naamval van wat worden vervangen door vafi wat en aoö
ivat, of waarvan en waaraan. B. v.: Van %vat oï Waarvwfi
spreekt gij F Aan wat of Waaraan denkt gij F
Ia: Vrouwe! Wat weent gij?— Wat twist gij met dezen?
O Mijn ziel, wat buigt ge u neder?
Waartoe zijt ge in mij ontrust?
heeft wat de waarde van eene bijwoordelijke bepaling: «j^fltr/ö«)
ter oorzake waarvan,
In: Wat haat het u, verlaten weezen? is, zoowel als in: IFd
haatte wat, wat een oi'bep. voorn., dat in den zoogenaamden bi)i
woordelijken 4den naamv. van hoeveelheid staat, dien men oc*(
aantreft iu: Het haatte ii (l-n.) niets (4a.); Het baatte hen (4a:
een beetje (4n); Het liüp hem (4n.) iets (4li.); Het schaadde
(4n.) een weinig (4n.); enz,
In Wat voor een blijft een onverbogen.
57. De betrekkelijke voornaamw. dienen om een Lep?)
lenden zin met een hoofdzin te verbinden. Als zoodanii
worden gebruikt: die, dat: welke, welk of dewelke, hetwelk!
wie, wat; hetgeen, B. v.: De man, dien (of welken) g]
gezien hebt, is hier; Hij, die gehoorzaam is, won<
geprezen; De pen, met welke hij schreef, is gevallew
Hij beweerde, hetgeen ik hem ten sterkste betwistti
dat de tiende penning Nederland had vrij gemaakt.
Op personen laat men zoowel wie als welke slaan; op zaken, liefjf
welke: Dat was de persoon, op wien (of; op welken) h j het oog had-
Dat was de zaak, op welke hij doelde; Hij beloofde eene jaarwcdd
aan die vrouw, welke (en niet die, om der welluidendheid willd
hare kinderen de beste opvoeding zou geven; enz.