Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
54. Worden de aanwjjzendevoQXYiz.d.-myioox&entn^Qpersooidijkei}
voornaamwoorden hij, zij, eu 't meerv. zij, zóó gebruikt, dat ze ;
een bepalenden zin behoeven, om een voorwerp bepaald aan te :
v.'ijzen, dan heeten ze bepalende (liever bepalirig aankondigend^ voor- ■
naamw. B. v.: Hij, die H mij gezegd heeft, is hier; Zij, die
u vervolgde, is dood; De tuin van mijn oom en dh van mijn vader ;
Degene, die het mij gezegd heeft, is hier; Dezelfde, die H mij
gezegd heeft, heeft het ook u gezegd; Zulke boter vindt menner- \
gens; Zoodanige menschen zijn heklagensioaardig, Uit de laatste voor^
beelden ziet men, dat de bepalende zin soms in de gedachten moot
aangevuld worden.
Dc samengestelde aanwijzende voorn, kunnen niet anders gebruikt
worden dan met eene volgende bepaling, of met eene bepaling,
welke in de gedachten moet aangevuld worden.
55. hQ onbepaalde [persoonlijke] voornaamw. dienen om
zelfstandigheden aan te duiden, dat is. op eene onbepaalde
of algeraeene wijze te doen kennen. Ze, z\]n: iemand, nie-
mand, men, iets^ niets, niemendal, ahvie, wat, een en geen.
Er is iemand; niema^id vreemds; iets nuttigs; wat vroo-
lijks; een mijner vrienden; ik heb er een-, een dei* gasten; geen
der Heeren; denkt gij aan iets F of: de7ikt gij ergens aan? hij
bekommert zich over niets,o{:hijhekommert zich nergens over.
Een cn geen staan, als ze'^op personen betrekking hebben, iii
beteekenis gelijk met iemand en niemand: Wij hebben eenen gezien,
die in uwen naam duivelen uitwierp^
Gij zijt mijn hoop, en anders geen.
Evang. Gezangen.
Gij alleen kunt troost beloven.
Gij dien schenken, anders geen!
Tollens.
Geen wist iets over haar, maar zij was lief aan allen.
Niet, de oorspronkelijke vorm van niets, komt nog een enkel
maal voor. Niemendal is ontstaan uit niet met al. Met al (ook