Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
Dees te schrijven voor deez^^ vantfeee,is alleen in poëzij geoor-
loofd.
De 2de naamval mann, enk. en onz. van tóis nog over in des'
niettemin; desgelijks; deswege; destijds; deskundige; de^hetoegde;
desnoods\ om dies ml; wat dies meer zij; enz. Enkele malen komt
bij op zichzelveïi voor. (Zie no. 28.) Dies heeft het karakter van
een besluitend voegwoord aangenomen: De Heer heeft groote din-
gen aan ons gedaan: dies zijn wij verblijd.
Gij hoort hen, die Uw heil verwachten,
o Hoorder der geheên!
Dies zullen allerlei geslachten
Ootmoedig tot U treên.
De 2de naamv. vrouw. enk. komt voor in derwijze, derhalve,
dev'y.ate en in uitdrukkingen als: die vrouw der kind, enz.
De 2de naamv. meerv. komt voor in: Er waren der (of er) honderd;
Ik heb er geen.
De 3de naamv. onz. euk. komt voor in: indien; mitsdien; dien-
aangaande, dienovereenkomstig, dienvolgens diensvolgem); mei
dien verstande-, verre van dien; te dien einde; een huis met den aan-
kleve van dien, enz.
De 3de naamval onz. euk. van dit komt voor in: Ik laat u bij
dezen weten; Dat doei in dezen niets af; Het zal-na dezen gaan, ah
vóór dezen; enz.
De 3de naamv. vrouw, enk, komt voor in: in dier voege,
53. De samengekoppelde bijwoorden hiervan, hieraan,
hiermede, hieruit, daarvan , daaraan, daarmede, daaruit enz.
komen niet zelden in de plaats der aanwijzende voornaam-
woorden. B. v.: Dacht gij aan die zaak F — Ja, ik dacht
aan haar; liever: Ik dacht daaraan of ik dacht er aa.n,
In plaats van hiervan, hieraan enz. gebruikt men vaak ervan,
er aan, er mede, er in enz.
in dengenen, die zalig worden, en in dengenen, die verloren gaan. Den
dezen wel een reuk des doods ten dood, maar den genen een reuk des
Jevens ten leven.