Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
v(Men 'vrieHdy uw hroeders kind, enz,; doch alleen mijn moedeh
x^iènd, uw iu&iers ^khd,
In 't dagelijksch leven en in lossen stijl zegt men: mfjn moeder
haar vriend, mijn moeder der 1) vriend, nw zu&ier haar Und, mijn
vader zijn vriend; de eene zijn dood, de andere zijn brood; een mensch
zijn lust, een mensch zijn leven; enz.
Ten mijnent, tenuwent, ienzijnent enz. beteekent: te mijnen huize,
ie uwen huize, te zijnen huize, enz.; en, bij uitbreiding van betee-
kenis, in mijne woonplaats, in uwe landstreek, enz,
In de samenstellingen mijnenthalve, uwentwege, zijnentwille enz,
is de t ingelascht om der vfelluidendheid wille.
Wat van de herhaling vau het lidwoord van bepaaldheid is ge-
zegd, geldt ook voor de bezittelijke voorn.: Hij ontmoette onver-
wachts zijn vader, moeder, broeder er. zuster; Hij ging tot zijn oom
en zijn voogd; Zij ging tot haar oom en voogd; Ik stelde mijn ge-
luk, mijn goed, mijn leven, ja alles in de waagschaal. (Zie bl. 53 en 54.)
Men zegt zoowel: Ik heb pijn in het hoofd, als: Ik heb pijn in
mijn hoofd; zoowel: Hebt gij pijn in den rechterarm, als: in uw
rechterarm; zoowel: Hij heeft eene wonde aan het hoofd, als: aan
zijn hoofd, enz. Spreekt men van meer dan één persoon, dan schrijve
men: Wij hebben pijn in het hoofd, of: pijn in onze hoofden; Hebt
gijlieden pijn in den rechterarm, of: in uwe rechterarmen; Zij heb-
ben eene wonde aan het hoofd, of: aan hunne hoofden. Zoo ook:
Zij haalden zich het hart op en: Zij haalden hu ?ine hartjes op, enz.
Staat elk of ieder na een meervoudig zelfstandig uaamw. of
voorn., dan kan het bezittelijk voorn, zoowel slaan op het enkel-
voudige elk of ieder, als op het meerv. zelfst. naamw.: De jaar-
getijden hebbe7i elk hunne ge^ioegens; Zij kwarken elk met zijn prijs;
Zij werden elk op zijn beurt beantwoord^
De millioeneu bollen,
Die elk op hunne baan.
Door God geteekend, rollen
1) Dit der is de 2de naamv.* vrouw. enk. van die. Uit uoie er of wie der
is de 2de naamv. vroaw. enk. wier ontstaan.