Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
46. Zich is een terugwerkend persoonlijk voornaamw., dat
in alle drie de geslachten, in het enkel-en meervoud, in
den 3en en den 4en naamval gebruikt wordt: Hij wascht
zich; Zij geeft zich moeite; Zij kwetsen zich.
47. Elkander, elkaar, malkander en malkaar zijn weder-
keerige pers. voornaamw. De 2e naamval is elkanders, mal-
J;anders;dG 3e en 4e ïiuaim\al elkander of elkanderen, mal-
kander of malkanderen.
Afkeuring verdient liet gebruik van bet terugwerkende lick
voor het wederkeerige elkander, wat men bij dichters wel eens
aantreft:
Zij bukken zich de lenden moe
£n rapen hand aan hand.
En werpen zich de turven toe
En staaplen ze op den kant.
Tollens. Eet Turfschip van Breda.
Elkander beteekent elk den ander, dat is: de eene persoon den
anderen of de een den ander. Dit laatste vindt men dan ook soms
in plaats van elkander:
Komt, wandelaars op 't zelfde spoor!
Wij reizen met elkandren.
Wij helpen d' een den andren.
Malkander is eene samentrekking van manlijk en ander. Manlijk
heeft dezelfde beteekenis als elk.
48. Bezehe, een pers. voorn, van den derden persoon, wordt
zoo min mogelijk gebruikt. Soms wendt men het aan ter vermij-
ding van dubbelzinnigheid, als: Bavii hieuw den reus Goliath het
hoofd af met deszelfs (of ojk: diens) zwaard. Be koning reed mä
zijn broeder en diens (of deszelfs) gemalin.
Ook gebruikt men ter versterking het bijvoeglijk persoonlijk
voornaamwoord zelve, dat zooveel beteekent als in eigen persoon:
ik zelve of ik zelf, wij zeiven, werk uw(s) zelfs zaligheid met vreeze
en beoen; hij deed het om zij%{s) zélfs wille; enz.
De verbuiging van zelve is als volgt: