Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2. Het Nederlandscli bedient zich van de volgende enkel-
voudige letterteekens: a, b, C, d, e, f, g, h, i, j,
k, 1, m, n, O, p, q, r, s, t, u, v, w, x, y
(ypsilon), z. Onder deze komen c, Q, Xen y uitsluitend
in uitheemsche woorden of eigennamen met verouderde
spelling voor, als: citroen, Cats, consequent, exemplaar, Xan-
tippe, Cyrns, synode, Lydië.
Nog bedient men zich in dergelijke woorden van de
samengestelde letterteekens ch, ph enth: chaos, cherub;
Philippus, Alphen; Timotheus 4). ch komt ook in Neder-
landsche woorden voor: nacht, recht, nicht,plicht, macht,
kracht enz.
De ]etters zijn van Pheuicisclieu oorsprong.
Onze eenvoudige letterteekens, behalve de zijn van de La-
tijnen overgenomen.
3. De letters worden verdeeld in klinkers en medeklin-
kers.
Er zijn drie soorten van klinkers: onvolkomene, heldere en
toonlooze^
De onvolkomene klinkers zijn vijf in getalr a, e, ï, o en u,
uitgesproken als in de woorden: dal^ spel, nis, slot, blom en dun.
De heldere klinkers zijn zeven in getal: a of aa, e of ee, ! of
ring yan de boeken der Koningen) in deze taal over ten dienste van zijne
stamgenooten, die toen ter tijd aan den Beneden-Donau woonden, in het
tegenwoordige Walachije. Het onschatbare handschrift, zilver op purper-
kleurig parkement (en daarom codex argenteus geheeten), bleef tot 1600
onbekend. Toen werd het gevonden in een klooster te Werden, aan de
Ruhr. Van daar werd het overgebracht naar Praag, van waar de Zweden
het in 1648 medenamen naar hun vaderland. Daar berusten de kostbare
overblijfselen er van te Upsala. Buiten den bijbel van TTlfilas bestaan
er slechts weinig overblijfsels van de Gothische taal, Ulhlas overleed te
Konstantinopel in 388, in 70 jarigen ouderdom. -
1) In plaats van het vroegere Leyden schrijft men nu Leiden» ZuU
fen verdient de voorkeur boven ZutjftJien, De oorspronkelijke beteekenis
van dit woord is Zuidveen, Zuidven»