Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
men beleefd spreken, dan zégt men k, of ook welwe, «»fs,
Ktcé's, dat ontstaan is uit Vic Edele, Uice Edelheid V heeft
u vergist (soms ook: TI heeft zich vergist)-, Vtcé heeft dat gezegd;
U is ziek. Hoewel V hier de derde jiersoon is, hoort men toch
vaak, daar hij'sleehts beleefdheidshalve den 2en persoon vervangt:
U hebt u vergist; U zijt ziek, enz. Wil men het meervoud sterk
doen uitkomen, dan versterkt men gij, enz. met lieden oi lui, &\s-.
gijlieden; jijlui, jelui; juilie, iullie; tilieder, vlieden; wijlui, ons-
liedcr, onslieden; hunlieden, zijlieden enz.
De onderscheiding van hun en hen, hoe algemeen ook aangeno-
men, is slechts op willekeur gegrond.
Waar de schrijver het dus om der welluidendheid wille oorbaar
acht, staat het hem vrij, beide vormen in den 3en en den 4en
naamv. aan te wenden. »
Toen—toen wierp schoone Makgakeet,
Die 't zorglijk schouwspel had gezien.
Zich neder aan baars heeren kniên:
/Vergifuis!" riep ze, met een kreet:
,Ik ben van 't "Vlaamsche bloed als zij:
Vergeef hun trotschheid hen (3n.) om mij."
Tollens. De Voetcal der Gentenaars.
Toen hij met ernst en kracht van stem
Hun taak hen (3n.) op het hart deed wegen.
En hoe het pand, van God verkregen,
Verantwoord worden moest aau Hem;
Toen steeg door welf en tempeldaken
Uit 's harten grond een plechtige eed.
Tollens. Bij een Kind in de Wieg,
Uit hun puiuen delft gij Staten,
Volken daagt gij uit hun graf,
Slaat den blik zoo ver zij zaten,
Hoort hen (3u.) spraak en klanken af.
P. A. de Gekestet. Vergeten.
Hier gebruikt de dichter hen in plaats van hun, opdat men
't persoonlijk voorn, niet aanzie voor een bezittelijk.