Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
09
Vijn glas is voller dan het uwe; 't Is nog voller dan vol; Deze kan
s nog leeger dan die; Dat is het volmaaktste werk, dat ik ken;
5> bestond de velkomenste overeenstemming; Dit is de volledigste vcr-
■ameling; Deze ouders zijn nog blinder voer de gebreken hunner kin-
leren, dan die; enz.
Men vindt niet zelden bij de beste schrijvers, wanueer er met
Llem en nadruk' gesproken wordt, den overtreffenden trap van
^enig : mijn eenigit genoegen, de eekigste uitzondering.
't Qeluk der liefde alleen, ziedaar het eenigst heil.
Hun God
Te dienen op zijn wenk, is aller hoogst gebod,
Eerste aandrift, eenigsle bestemming, eeuwige tere !
In: Hij zag het eerste levenslicht schijnt eerste overtollig.
De overtreffende trap wordt soms door aller versterkt, als: aller-
grootst , anergeduchtst.
De uitdrukking allereerste beginselen verdient afkeuring.
In plaats van dezelfde, dat ontstaan is uit (/«««//s/e, den overtr.
trap van zelve, gebruiken dichters niet zelden den overtr. trap van
eigen, als: het eigenst vuur, de eigenste overzijde, het tigenst loon
enz. Men zegt en schrijft ook: op den eigen dag en op het eigen
■uur voor op denzelfden dag en op hetzelfde uur, enz.
Het bijv. naamw. heeft wel drie graden of trappen van betee-
kenis, doch, eigenlijk, slechts twee graden of trappen van
vergelijking. Het bijvoeg, naamw. in zijn gewonen vorm, in
zijn eersten trap van beteekenis, wordt alleen in tegenover-
stelling van den vergrootenden en den overtreffenden trap gezegd
in den stellenden trap te staan.
Het bijv. naamw. kan in den overtreffenden trap niet zonder
het lidwoord van bepaaldheid voorkomen, dan alleen bij aanspre-
kingen, b. v.: Liefsie Vriend! Beste Vader! — Afkeuring ver-
dient dus de weglating van het lidwoord in de volgende versregels:
Geloofd zij God met diepst ontzag!
Gij, Jezus! onze roem zijt Gij!
Gij, 's Vaders eer op aarde,