Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Men vindt goeäer ook in het dichtstuk Aan den ingüiig der Kerk
van den Zuidnederlandschen letterkundige A. Snieïiebs, Jk. en in
Dr. J. Sasses Gegijzelde Student, eene parodie op Be standvastige
Liefde van Alexis en Aline.
Het gebruik van goeder verdient geene aanbeveling, al mocht
men zelfs aan gced de beteekenis •<i&xi goedig wijlen hechten.
Het bijv. n, liever komt o. a. voor in: Simon, zoon van Jona ,
hebt gij mij liever dan deze? Be vrije Ineht was den Batavier liever.
Men vindt het ook in de laatst aangehaalde versregels van Tol-
lens. Waar het twijfelachtig zou zijn, of liever als bijv. n., dan
wel als bijw. moet opgevat worden, geve men, ter'vermijding van
alle dubbelzinnigheid, aan den omschreven vorm van den vergroo-
tenden trap de voorkeur. Zoo zou dan: Ik heb hem meer lief (d. i.
ik bemin hem meer) de voorkeur verdienen boven: Ik heb hem Hevfr,
dat ook beteekenen kan: Ik geef aan hem. de voorkeur.
Ook in de volgende regelen uit Tollens' heerlijk 'Hondentrovw
is Heter een bijv. n.
Bezftt ik goud- en zilvermijnén-,
Ik strooide aan uwen voet mijn schat.
Ofschoon ik u niet liever had ,
Al droeèt gij paarlen en robijnen.
Het bijwoord 'min heeft in den stellenden trap de krrióht van
den vergrootenden trap minder.
Willem van Haben zingt in zijn meesterstuk, den heerlijken
lierzang Het menschlijk Leven-.
Hoe velen is nog min geluk bésehoiren.
Die de qzren armoe fel met scherpe tanden bijt.
Die dag en nacht het kermen hooren
Van 't'teeder kind, dat honger lijdt.
Min beteekent ool-spronirelijk klrin; Ilster bad bet de beteekenis
van weinig, welke o. a. nog in evenmin voortleeft 1). In die bet.
treft men het in denzelfden lierzang aan:
1) Er is nogtans een groot verschil i'n beteekenis tusschen: Hij ie-
mint mij evenmin als u en Hij bemint mij even weinig als u.