Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
Wordt de met e of en verlengde overtreffende trap in lettergre-
pen gescheiden, dan moeien die vau het bijv, naamuf, in zijn ge-
wonen vorm daarbij ongeschouden blijven. Men breke dus af:
grootste, ver-ste, spaad-ste, reed-ste, goed-koop-ste, vrijste, wijs^te,
dwaas-te, los-te, vast-ste, woest-sie, versch-te, frisch-te enz.
l!^aast wordt bij verlenging naas-te; meest, mee-ste;best (voor
heis()y bes-te; lest (voor letst), les-te,
40. Soms gebruikt men de woorden meer en meest om den ver-
gelijkenden en den overtreffenden trap aan te duiden; als: Bij is
meer deugdzaam dan geleerd; Zij was mij het meest welkom. Meer ea
minder worden voornamelijk dan gebruikt, wanneer twee hoeda-
nigheden van hetzelfde voorwerp met elkander vergeleken worden;
b, v.: Deze knaap is meer vlug, dan vlijtig; Gene is minder vlug,
dan vlijtig. Zoo zegt men ook niet: Deze tafel is smaller, dan
lang; maar: Deze tafel is minder breed, dan lang; daarentegen:
Deze tafel is smaller, dan die.
Men wachte zich voor uitdrukkingen als dc volgende: Van deze
drie schilderstukken is dit het leelijkste, terwijl men bedoelt het
minst fraaie; Dat raadslid is niet slechter dan de andere, i^X"
wijl men zeggen wil: even goed als de andere, niet minder
goed dan de andere. Gebruikt men de eerste uitdrukking, zoo
stempelt men al de schilderstukken tot Uelijke en al de raadsleden
tot slechte; bezigt men de tweede zegswijze, dan kent men aan al
de schilderstukken de eigenechap fraai toe, zij het dan ook in ver-
schillende mate, en aan al de raadsleden die van goed.
De aanwending van m^er en meest verdient afkeuring, wanneer
niets tegen het gebruik van den vergrootenden of den overtref-
fenden trap pleit. Men schrijve dan niet: Deze dichter is meer
eenvoudig en meer natuurlijk dan die, xa^'^w eenvoudiger en natuur-
lijker. Niet: Van alle schepselen is de mentch het meest edele, maar:
het edelste.
Men schrijve: Van al de rivieren is deze de diepste, d. i. de diep-
ste rivier; niet: het diepst; doch wel: Deze rivier is aan haar mond
het diepst. Zoo ook: Van al die lieden is hij de gelukkigste Hij
was in zijne jeugd het gelukkigst.