Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. De spraak is het vermogen van den mensch om zijne
gedachten en gewaarwordingen door hoorbare teekenen,
spraakklanken of woorden geheeten, aan anderen mede te
deelen. Al de spraakklanken, waarvan een volk zich be-
dient, maken samen de taal van dat volk uit.
[ Woordentaal en gebarentaal. Spreek- en schrijftaal. Beschaafde
en onbeschaafde, rijke en arme, levende en doode talen of talen
der geleerden^
\_Stam- of vjortelKOorden, afgeleide woorden, middelwoorden, sa-
Bastaardwoorden, verouderde woorden (archaïsmen), gewestelijke
Koorden (provincialismen), uitheemsehe woorden (barbarismen: galli-
cismen, anglicismen, germanismen enz.), ontaalkundig gevormde
woorden (neologismen), pleonasmen.
Zinverwante woorden (synoniemen), gelijkluidende woorden (paro-
niemen), gelijkgeschreven woorden (homoniemen)].
De Nederlandsche taal is de taal, welke thans in het
koninkrijk der Nederlanden en in een deel van België vrij
algemeen door beschaafde lieden gesproken en geschreven
wordt.
Het Nederlandseh, dat waarschijnlijk de lijnrechte afstammeling
is van de taal der Batavieren en van die Franken, welke Gal-
lië veroverden, bestaat eerst sedert de 12e eeuw als schrijftaal.
Als zoodanig heeft het zich vooral ontwikkeld in de provinciën
Zuid-Holland, Noord- en Zuid-Brabant en Vlaanderen. Het Ne-
derlandseh van de 12e tot op het einde der 15e eeuw heet Mid-
delnederlandsch of Dietsch, d. i. Duitsch. Van het einde der 15e
eeuw tot heden noemt men het Nieuwnederlandsch of bloot Ne-
derlandseh 1).
1) De geschiedenis van het Nederlandseh klimt op tot het Gothisoh.
Bisschop Ulhlas zette in de ie eeuw de Heilige Schrift (met uitzoade-
1