Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ 63
In dichtmaat vindt men heldrer, bittrer, zuivrer enz. voor hel-
ierder, bitterder, zuiverder enz.
Eene enkele maal vindt men loarer als den vergrootenden trap
van tvaar: Hoe kon Neerlands Koningin zich treffender en warer
uiten, dan in die enkele uitdrukking over de November-steenlegging
enz.? (van Vloten).
Een merkwaardig gebruik maakt de groote Bildekdijk ergens
van den vergrootenden trap, als hij van den ouden baaicrdnacht
zegt, dat hij was:
Woester woest dan woestenij.
Goedkooper is de vergrootende trap van het bijv. naamw. ^oei-
koop; beter koop is de vergr. trap van de bijwoordelijke uit-
drukking goêkoop of goeden koop. Ooedkooper ^.goedkoopst moe-
ten dus als bijv. naamwoorden; beterkoop en bestkoop als bijwoor-
den beschouwd en gebruikt worden. Van duurkoop, dat uit dure
koop ontstaan is, heeft men duurderkoop.
De dichter Jacob Cats zegt ergens:
Al wat duur is, dient gelaten;
Al wat goedkddp is, niet gekocht:
Ook dure koop kan dikmaals baten;
Somtijds dient góéde koop gelaten.
Schandekoop beteekent uiterst goedkoop en heeft geene trappen
van vergelijking. Rouwkoop is e^en zelfst. naamw, 't Beteekent
rouw, berouw over den koop: Hij had rouwkoop; Hij zal er rouw-
koop van hebben.
De overtreffende trap wordt gevormd door st: grootst,
verst, naast, spaadst, reedst, goedkoopst, vrijst, wijst, dwaast,
lost, vastst, woestst, verseht, frischt enz.
Eindigt het bijv, n. op s of sch, dan vervalt de s van den uit-
gang si, gelijk uit den overtr. trap van wijs, los, dwaas, versch
en frisch blijkt.