Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
In plaats van linher vindt men soms slinker, dat met voorklam-
ping der s van linker gevormd is. Eene enkele maal ontmoet men
nog het vroeger algemeen voorkomende slinke:
Roem, Christen! aan mijn slinke
En rechter zijde is God.
e. Het bijv. n. eigen, wanneer het beteekent: Op den
eigen dag en den eigen lijd iKam hij hier; 't Zijn de eigen lieden
van gisteren.
f. Verder verdient de onverbogen vorm de voorkeur bij de meer-
lettergrepige bijv. naamw. en deelwoorden op en, en in het alge-
meen daar, waar eene opeenhooping van toonlooze lettergrepen de
welluidendheid zou storen, als: een man met overspannen zenuwen;
hij was met verhevener en edeler gevoelens bezield; dit zijn belang-
rijker voordeden; de onbezonnen jeugd; Weledelgeboren Heer! enz.
Niet zeldzaam zijn, vooral bij Zuidnederlandsehe dichters, de
voorbeelden van verbogen stoffelijke bijv. naamw., als: gouderce
lokken, zijdene wieg. Zeldzamer is hout voor houten, dat men
in den volgenden versregel uit Toliens' Verovering van Damiate
aantreft:
En sievig staat de romp van V hout kasteel ineen.
Noch het een, noch het ander verdient navolging, al staat het
vast, dat de stofT. bijv. n. van alle tijden door alle naamvallen
verbogen werden [gelijk nog in het Hoogduitsch geschiedt]. Dat
zulks nu niet meer in het Nederlandsch plaats heeft, is eeniglijk
aan de verzwakking der uitgangen in het algemeen toe te schrijven.
39. De bijv. naamw. hebben drie trappen van vergelij-
king: den stellenden, den vergrootenden of vergelijkenden,
en den overtreffenden trap.
De vergrootende trap wordt gevormd door er, en gaat
het bijv. naamw. op een klinker of eene r uit, door der,
als: groot, grooter; vsr, verder; zuur, zuurder; na, nader;
spa, spader; goedkoop, goedkooper; enz.