Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
niet zelden, rijmslialve: In den hoogen, naar den hoogen, ten
hoogen enz.
Er is onderscheid tusschen het schoon, het nat, het zoet en het
zuur enz, (sterke vorm) en het schoone, het natte, het zoete en het
zure enz. (zwakke vorm). In het eerste geval zijn de bijv. naamw.
tot ware zelfst. naamw,"geworden; in het tweede geval zijn het
bijv. naamw., als zelfst. naamw. beschouwd. Zoo spreekt men van
het goddelijk schoon der deugd, van natuurschoon, kunstschoon,
schijnschoon; van het zilte nat, vau 'j levens zoet en zuur; daar-
entegen van het gevoel voor het ware, goede en schoone, d. i. voor
alles, dat waar, goed en schoon is; ^deUer van het schoone,
38. Niet verbogen worden:
a. De stoffelijke bijv. naamw. op en: Hij droeg eene
linnen broek, wollen kousen en een lakenschen jas,
b. De soortgetallen op lei en handel): Zij spraken van
allerlei spijze en allerhande drank,
c. De bijv. naamw. op er, die van den naam eener plaats
ontleend zijn, als: Amsterdammer schipper, Nürnberger wa-
ren » Deventer bier en koek,
d. De bijv. naamw. rechter en linkerd): Hij heeft zijn
rechter voet verstuikt.
Men schrijft ook rechtervoet, linkerhand enz.
Voorbeelden vau 't bijvoeglijk gebruik van rechter en linker
vindt men o. a. in Tolless' Wilde jager.
De rechter ruiter vat het woord.
En maant den graaf tot deernis aan;
De linker, die zijn moedwil spoort.
Hitst weer hem op, om voort te gaan:
De graaf stopt voor den rechter de ooren,
En wil alleen den linker hooren.
1) Lei eu hande zijn twee verouderde zelfst. naamw. Z^ï beteekent
eigenlijk soort; hande, aard,
2) "Rechter en linker zijn de vergrootende trappen van recht en link.