Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
burgemeester en een oudburgemeester; een groote handelaar, een
groot handelaar en een groothandelaar.
Staat het bijv. naamw. in den eersten naamval in den sterken
vorm, dan moet deze ook in den vierden naamv. behouden wor-
den; b. v.: Wij nomen Willem I ie recht een groot vorst; Wij
dachten aan menig bekwaam staatsman. — In den 2en en den 3en
naamv. vervalt het versehil tusschen den zwakken en den sterken
vorm. Vreest men voor vergissing, dan kan men deze naamv. om-
schrijven; ook kan men in den 3en naamv. het bijv.n. onverbogen la-
ten ; b, v.: Dit is het werk eens grooten konings, of: van een groot ko-
ning; Hij gaj een ouden soldaat dezen raad, Rij gaf een oud sol-
daat, aan een oud soldaat dezen raad.
37. Verbuiging van het bijvoegelijk naamwoord, als een zeifat.
naamw, beschouwd.
Enkelvoud.
Mannelijk. Vrouwelijk,
1. De wijze. 1. De wijze.
2. Des wijzen. 2. Der wijze.
3. Den wijze. 3. Der wijze, de wijze.
4. Den wijze. é. De wijze.
Meervoud.
1. De wijzen.
2. Der wijzen.
3. Den wijzen.
4. De wijzen.
In uitdrukkingen als Frederik de Wijze, Alexanderde Groote,
enz. volgt het bijv. naamw. de zwakke verbuiging: Ik spreek
van Frederik den Wijzen; Ik denk aan Alexander den Grooten.
Wordt een bijv. naamw. van het onzijdig geslacht zelfstandig
gebruikt, dan laat men in den 3en naamval enkelvoud doorgaans
de « weg, b. v. Hij was ten hoogste tevreden; Houd het mij ten
goeie; Duid het mij niet ten kwade enz. Bij dichters vindt men