Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
Meervoud.
1, De goede mannen, vrouwen, kinderen.
2, Der goede mannen, vrouwen, kinderen.
3, Den goeden mannen, vrouwen, kinderen.
é. De goede mannen, vrouwen, kinderen.
35. Voorbeelden van sterke verbuiging zijn:
Mannelijk: een goed vader, een moedig krijgsman; goedsmoeds,
alleszins, geenszins; in eügen moede, met voorbedachten rade;—
Vrouwelijk: eenigerniate, middelerwijl, zaliger gedachtenis; in
aller ijl, in lichter laaie 1), van lieverlede; ter goeder ure; —
Onzijdig: een schoon paard, eenig gereed geld, elk goed bericht;
blootshoofds, veel schoons, iets treurigs, wat bijzonders; van goe-
den huize, in koelen bloede, in allen gevalle.
Bij aansprekingen plaatst men bij mannelijke zelfst naamw. het
bijv. naamw. liefst in den zwakken vorm: Weledele Heer ! Dappere
Vorst! Edele Koning! Weledelgestrenge Heer!
36. Er is onderscheid tusschen: een groot koning en een groote
koning; een goed meester en een goede meester; een groot man
en een groote man; een sterk looper en een sterke looper; een goed
vriend tn een goede vriend; een slecht vriend en een slechte vriend;
een eenvoudig burger en een eenvoudige burger; menig oud vriend
en menig oude vriend; zeker goed jager en zeker goede jager;
elk kundig vorst en elk kundige vorst; mijn oud huis en mijn
oude huis; het moedig paard en het moedige paard; het vorstelijk
huis en het vorstelijke huis; een gemeen soldaat en een gemeene
soldaat; een oude soldaat, een oud soldaat en een oudsoldaat; een
oude ouderling en een oudouderling; een oud burgemeester, oude
1) Laaie beteekent vlam: daarom is in lichter laaie vlam het laatste
woord overtollig. Laaie komt ook voor als bijv. naamw,:
H Zijn kolken louter licht, waaruit een laaie brand
Van vlammend purper stijgt en borlend diamant.
Tollens, lifova Zembla.
Een zee van vonken stuift naar hoven.
Een laaie vuurklomp gloeit en blaakt.
Tollens. De Brand.