Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Linnen staat voor lijnen, van Ujnl), dat nog voorkomt in/i}'«-
zaad, lijnwaad lijnolie, lijnkoek: men schreef vroeger dan ook
lijnen. Garen staat voor garenen, Eene enkele maal vindt men
lakenen voor lakensche, dat door sommigen, edoch zondereenigen
grond, afgekeurd wordt. Eikenhout en soortgelijke worden in het
dagelijksch leven vaak tot eiken enz. verkort. Zoo spreekt men
van een eiken kabinet, eene grenen doodkist, eene vuren plank,
enz. Elpenbeen (olifantsbeen, ivoor) wordt wel eens tot elpen
verkort:
Dan op haar elpen vorstenstoel
In al haar praal gezeten.
Bij 't woest rinkinken van de vreugd,
Versmoorde zij de stem der deugd
En de inspraak van 't geweten.
AV. H. Wabïïsinck., Bz. Jezabel,
t
Niet zelden vindt men bij dichters elpen lier,
33. Men zegt en schrijft brekende waar voor breekbare waar;
roerend en onroerend goed voor het verouderde roerlijk en onroerlijk
goed; stervende ziel voor sterfelijke ziel, sterfelijk mensch,
34. Verbuiging van het bijv. naamw. in den zwakken vorm.
Enkelvoöd.
Mannelijk, Vrouwelijk. Onzijdig.
1. De goede man. 1. De goede vrouw. I. Het goede kind.
2. Des goeden mans. 2. Der goede vrouw. 2. Des goeden kinds.
3. Den goeden man. 3. Der of de goede vrouw, 3. Den goeden kinde
of het goede kind.
4. Den goeden man. 4. De goede vrouw, 4. Het goede kind.
1) Lijn, in het H, D. Lein, het Fr. lin, is vlas,
2) Voor lijnwaad leest men niet zelden lijwaad (o. a. in Tollens' Dirk
Wïllemsz. van Jsperen), waarmede de dagelijksche uitspraak in sommige
gewesten overeenstemt. Van Ait lijwaad vormt men het stoffelijke bijv. n.
lijwalen, dat men o. a. ook in Van dee Palms Bijbelvertaling aantreft.