Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Men schrijve: Ilij leent de Fransehe, de Engehche en de Hoog-
duitsche taal, en niet: Hij kent de Fransehe, Engehche en Hoog-
duitsche talen.
Br is onderscheid van beteekenis tusschen zinloos (zonder zin,
zonder beteekenis) en zinneloos (zonder verstand, krankzinnig),
naamloos (zonder naam) en nameloos (onnoemelijk), baldadig (boos-
aardig) en balddadig (vermetel), lieftallig (bevallig) en lieftalig
(lief ter tale, liefsprekend).
Er is geen onderscheid van beteekenis tusschen aanbevelenswaar-
dig en aanbevelingswaardig, bewonderenswaardig en bewonderings-
waardig, vergevensgezind en vergevingsgezind, mondelijk en monde-
ling, plotsel'jk en plotseling, bros en broos. Bij verlenging met«
wordt bros, brosse; broos, broze; grof, grove.
Openhaar is samengesteld uit open en baar, d. i. openen blootV),
Oorbaar (nuttig, voegzaam) bestaat uit het voorvoegsel oor,
d, i. uit en den stam haar, van het verouderde beren, 't Betee-
kent woordelijk het uilgehorene.
Langzaam is ontstaan uit lancsaan. Dit saan beteekent traag.
Zeldzaam ii ontstaan uit zeltsien. Dit sien schijnt schoon te be-
teekenen. Uit zelt is het bijwoord zelden ontstaan.
Nevens Europeesch en Europeaansch vindt men eene enkele maal
Europisch: Boerhave genoot eene Europeesche vermaariheid; Dat is
echt Europeaansch (zooals een Europeaan doet); Dat zijn Europische
voortbrengselen; De Europische vorstenwereld (Bosscha. Het leven
van Willem II).
32. De stoffelijke bijv. naamw. duiden de stof aan, waar-
van de voorwerpen vervaardigd zijn. Daartoe beliooren
O. a. gouden of gulden, koperen, linnen, spanen, eikenhou-
ten, mahoniehouten, beenen, elpenbeenen, azuren, werken,
fulpen of fluweelen, vriesch, neteldoeksch, lakensch, kamer-
doeksch, duffelsch, uerinosch, nankingsch, coatingsch enz.;
als: een werken dekm,eene spanen doos, een lakmschejas enz.
1) Dit haar treft men o. a. aan in de uitdrukking: de hare zee. Ver-
der in: haartlijkelijk; barrevoets, d. i. llootvoets.