Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
forden, behouden het lidwoord: I)e stadhouder Pbedekik Hendeik,
fe landooogd Geslee , de gouverneur-generaal Koen , de landvoogdes
tfaroabeta, de raadpensionaris De Wiit, de landsadvocaat Y&s
Dldenbabneveld, de apostel Paulus, de evangelist Mabcds, de
hoogleer aar Boerhave, de stadstimmerman Rochus Meeuwisz,
ie ossenkooper db Ruiies, de heelmeester Tichelaas, de veerman
Koppestok, de kunstschilder Jan Steen enz.
Als titelnamen, waarmede men iemand aanspreekt, niet door een
ligennaam gevolgd worden, kunnen zij 't lidwoord missen, b. v.:
Professor heeft dit gezegd; doch daarentegen: de Eoogleeraar heeft
dit gezegd; Meester is uit; doch: de Onderwijzer is uit; Dokter is
hij een zieke gersepen; doch: de Geneesheer is bij een zieke geroe-
pen, enz.
Opmerking verdient het, dat het woord held, dat noch titel-,
noch ambts-, noch beroepsnaam is, gevolgd door een eigennaam,
geen lidwoord voor zich heeft:
En nu, in al die pracht en praal.
Voor 't venster neergezeten.
Wordt zij held Jehu nauw gewaar.
Of 't woord is: »Vorstenmoordenaar!
U mag men welkom heeten!"
W. H. Wabnsinck, Bz. Jezabel.
Held Michael 1), van edelen toren
Ontstoken, blaakt van ongeduld
>0m tirannije, zonder schuld
Den armen dorpeling beschoren.
Joh. Anionides van deb. Goes. De Teems in brand.
31. Het bijvoeglijk naamwoord duidt eene eigenschap
of hoedanigheid van eene zelfstandigheid aan. Het volgt
het zelfst. naamw. waarbij het behoort, in geslacht, getal
en naamval. Bijvoeglijke naamw. zijn: goed, slecht, rijk.
1) Micuiel Adbiaanszoon de KoirEE.